Oude en nieuwe opgravingen van een Homerisch koninkrijk

Het zogeheten Paleis van Nestor, paleis van het Bronstijdkoninkrijk Pylos in het Griekse Messenië, behoort tot de belangrijkste archeologische vindplaatsen van de Myceense cultuur. Pylos komt ook veelvuldig aan de orde in de Homerische heldendichten. Een kleine maar fijne tentoonstelling in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene besteedt nu aandacht aan de opmerkelijke vondsten die de afgelopen tien jaar naast het paleis zijn gedaan.

door: Henk Looijesteijn

Koning Nestor van het ‘zandige Pylos’ is een terugkerende bijfiguur in de beroemde, aan Homerus toegeschreven Oudgriekse heldendichten Ilias en Odyssee. Nestor is bejaard, de oudste van de Griekse heersers die Troje belegeren, en zijn wijsheid wordt alom geroemd. In de Odyssee, dat zich tien jaar na de val van Troje afspeelt, zit Nestor nog altijd op de troon van het machtige en rijke koninkrijk Pylos. Hij ontvangt er met overweldigende gastvrijheid Telemachus, de zoon van zijn strijdmakker Odysseus, die op zoek is naar zijn vader. Nestor stuurt hem voor nadere inlichtingen door naar koning Menelaüs in Sparta, blijkbaar reden voor Christopher Nolan om Nestor in zijn The Odyssey te schrappen.


Koning Nestor en zijn zoons offeren aan de zeegod Poseidon. Zowel de Homerische dichtwerken als het kleitablettenarchief van Pylos getuigen van de verering van Poseidon. Krater in het Nationaal Archeologisch Museum te Madrid, vroege vierde eeuw voor Christus. Foto: @Marie-Lan Nguyen/Wikimedia Commons/CC-BY 2.5

Homerus noemt Nestor in de Odyssee herhaaldelijk ‘heer der paarden’, en een ‘herder van het volk’ die 4500 man op de been kan brengen en gezegend is met tal van zonen. Nestor is door de goden een ongewoon lange regering vergund: maar liefst drie generaties, aldus Homerus. Hij vertelt niet hoe het met hem afliep, maar volgens latere Oudgriekse dichters en schrijvers kwam van alle Griekse krijgsheren voor Troje Nestor er dankzij zijn godenvrezende gematigdheid het beste vanaf en stierf hij op zeer hoge leeftijd in bed. Twee van zijn zoons volgden hem nog op voordat Pylos werd veroverd door de afstammelingen van halfgod Heracles en er einde kwam aan dit koninkrijk.

Daarna was Pylos eeuwenlang zoek, mede als gevolg van het vaker voorkomen van de aardrijkskundige naam. Al in de oudheid wist niemand meer waar het precies had gelegen. Het weerhield de Griekse koning Otto er niet van in 1833 een pas gebouwd stadje aan de baai van Navarino tot Pylos om te dopen. De roemruchte archeoloog Heinrich Schliemann kwam enkele decennia later, na zijn sensationele opgravingen in Troje en Mycene, naar Messenië om Pylos te zoeken, maar dit keer had hij geen geluk.

Het kleitablettenarchief van Pylos levert veel informatie over de werking van het koninkrijk en het paleis. Dit tablet lijst de benodigdheden op voor een feest ter ere van Poseidon.
Foto: Henk Looijesteijn

Blegen en Kouroniotis

Pas aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vonden de archeologen Carl Blegen (1887-1971) en Konstantinos Kouroniotis (1872-1945) het Homerische Pylos terug, zeventien kilometer ten noorden van het moderne Pylos, op een heuvel omringd door olijfgaarden. Blegen was een Amerikaan verbonden aan de universiteit van Cincinnati en Kouroniotis een Griek werkzaam bij de sinds 1833 bestaande Griekse archeologische dienst, de oudste archeologische dienst van Europa. Op de eerste dag van de opgraving, 4 april 1939, wonnen ze al een archeologische jackpot: ruim duizend beschreven kleitabletten met daarop de boekhouding van het paleis van Pylos, gebakken en zo voor de eeuwigheid bewaard door de verwoestende brand die het paleis ruim 3200 jaar eerder in de as had gelegd. Het Lineair B gedoopte schrift, ter onderscheid van het op Kreta gebruikte Lineair A, was vooralsnog nog niet ontcijferd.

De Tweede Wereldoorlog kwam tussenbeide, maar in de jaren vijftig en zestig keerde Blegen terug en werd geleidelijk aan het hele paleis opgegraven. Het bleek het best bewaarde paleiscomplex van de Myceense cultuur, die tussen 1600 en 1200 voor Christus Griekenland beheerste en die is vernoemd naar een van de belangrijkste machtscentra ervan, de paleisburcht Mycene. Pylos was ook het belangrijkste centrum na Mycene zelf. Waar het paleis van Mycene in de loop der tijden nogal heeft geleden onder afslijting en afbrokkeling, is de plattegrond van het paleis van Pylos tot in bijzonderheden bewaard gebleven. Zo is in de troonzaal nog altijd te zien waar de grote haard was, waar de vier zuilen stonden die het dak droegen en waar tegen welke muur de troon stond.

Toen het schrift van de gevonden kleitabletten na jarenlange studie eenmaal was ontcijferd, bleek het inderdaad om Pylos te gaan. De Myceense cultuur bleek een vroege vorm van het Grieks te hebben gesproken en geschreven. Nestors naam kwamen de taalkundigen weliswaar niet tegen, maar dat weerhield de Griekse autoriteiten er niet van het complex Paleis van Nestor te dopen. Wie een bezoekje aan de vindplaats wil brengen doet er verstandig aan om die naam op te zoeken in Google Maps, want het moderne Pylos ligt er dus ver vandaan.  

Nederlands tintje

Waar Mycene op dagtochtafstand ligt van Athene en busladingen toeristen een bezoek brengen aan de buchtheuvel, ligt het Paleis van Nestor als het ware verscholen aan de andere kant van de Peloponnesos, 192 meter boven de zeespiegel op de heuvel Epano (of Ano) Englianos. Het ligt midden tussen onafzienbare olijfgaarden en kijkt uit op de Ionische Zee. Het is alleen bereikbaar langs een smalle weg die vanaf de slome Nationale Weg 9 landinwaarts en heuvelopwaarts slingert, in de richting van het dorp Chora. Het is wel een flinke omweg dus, al zijn er genoeg toeristen die het er voor over hebben: de kleine parkeerplaats was steeds redelijk bezet.

De vindplaats wijst zich vanzelf want er is een glimmende grote overkapping over het paleis heen geplaatst, die zowel de vindplaats als de bezoekers tegen weer en wind beschermt. Aan de overkapping opgehangen loopbruggen maken het mogelijk om het paleis uitgebreid te bekijken. Naast het paleis ligt nog een ouder en kleiner paleiscomplex, dat het Paleis van Neleus is gedoopt, naar de vader en voorganger van de Homerische koning Nestor. Het Paleis van Nestor zelf telde ruim honderd kamers en werd gebouwd in het begin van de dertiende eeuw voor Christus. Het was ruim een eeuw in gebruik, toen het koninkrijk Pylos op het hoogtepunt van zijn macht en welstand was, tot het rond 1200 voor Christus afbrandde.

Opvallendste kenmerken van dit paleis zijn wellicht de olijfolieopslagkamers pal achter de troonzaal en de badkuip die goed bewaard is gebleven, misschien wel de oudste nog bestaande badkuip van Europa. Vlakbij de troonzaal gelegen was dit wellicht het koninklijke bad. Volgens de Odyssee baadde Nestors dochter Polycaste Telemachus – dat zou dan in dit bad kunnen zijn geweest, aldus het begeleidende tekstbord. De tekstborden zijn geen overbodige aanvulling, want wie een archeologische vindplaats bezoekt heeft doorgaans veel verbeeldingskracht nodig. Her en der staan reconstructies van het paleis afgebeeld, dat ooit twee verdiepingen moet hebben gehad. Het paleis was bont beschilderd en de schilderingen werden om de zoveel tijd ververst. Boven de grote haarden waren uit het platte dak stekende lucht- en lichtgaten op, zodat de rook en warme lucht naar buiten kon en het licht en de wind naar binnen. Het complex oogde eigenlijk tamelijk modern, zoals mijn reisgenote opmerkte.

De reconstructies hebben een heel licht Nederlands tintje: de oudste en meest verbeeldingsrijke zijn het werk van de half-Nederlandse, half-Engelse architect en kunstenaar Piet de Jong (1887-1969), Brits staatsburger die een groot deel van zijn leven in Griekenland doorbracht en ook reconstructies maakte van de paleizen in Mycene en Knossos en zo een grote invloed uitoefende op hoe latere illustratoren de Myceense en Minoïsche cultuur weergaven. Op grond van de gevonden fragmenten van de muurschilderingen maakte hij daar reconstructies van. Tegenwoordig worden die reconstructies als iets te verbeeldingsrijk beschouwd, en de latere reconstructies van het paleis van Pylos die ook op de tekstborden zijn afgebeeld zijn wat soberder in kleurstelling en invulling.  

Een halve eeuw na Blegen en De Jong keerden Amerikaanse archeologen uit Cincinnati terug naar het Paleis van Nestor. Al in het eerste opgravingseizoen deden ze een spectaculaire vondst: een onaangetast elitegraf. De jaren daarop vonden ze maar liefst twee koepelgraven terug, die weliswaar in de oudheid al waren geplunderd maar toch nog heel wat nieuwe vondsten opleverden. De tentoonstelling ‘Pylos of Nestor. A Mycenaean Kingdom Revealed’, die eerst het Archeologisch Museum van Messenië in Kalamata en het J. Paul Gettymuseum in Los Angeles heeft aangedaan en nog tot 31 oktober 2026 in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene loopt, toont nu in samenhang met oudere vondsten de vondsten van de afgelopen tien jaar.

Griffioenkrijger

Eigenlijk wilden ze op zoek gaan naar resten van de gewone man van Pylos, aldus archeoloog Jack Davis van de universiteit van Cincinnati in een filmpje dat de tentoonstelling begeleidt. Maar dat liep anders, want de olijfgaarden naast het Paleis van Nestor bleken niet boven de oude stad te liggen, maar boven de begraafplaats van het paleis. Al meteen in het eerste opgravingsseizoen, in 2015, vonden Davis, archeologe Sharon Stocker en hun medewerkers een bijzonderheid: een ongeschonden Myceens graf uit ongeveer 1450 voor Christus. Er lag een man in van begin dertig en ongeveer een meter zeventig lang, die gezien een meegegeven bronzen zwaard en dolk een krijger moet zijn geweest. Hij was bijgezet in een lijkwade bestikt met honderden kralen van amber, goud en kornalijn. Onder de ruim 1400 voorwerpen in het graf waren verder een gouden drinkbeker – inmiddels geplet door het gewicht – een gouden ketting en ongeveer vijftig zegelstenen, vrijwel allemaal in de Minoïsche stijl en vrijwel allemaal halfedelstenen, die grotendeels afkomstig waren uit het Nabije Oosten.

           
Een bijzondere vondst was een agaat besneden met een gevechtsscéne: een krijger ligt op de grond, een ander staat boven hem en staat op het punt een gehelmde tegenstander te doden. De afbeelding is klein maar heel precies: de geruite lendendoek van de gevallene, de versieringen op het schild van de tegenstander en de golvende lokken van de overwinnaar zijn duidelijk te zien. Pas bij het schoonmaken werd duidelijk hoe bijzonder deze vondst was. Een andere opmerkelijke vondst was het ivoren deksel van een doosje met daarop de afbeelding van een leeuw die strijdt met een griffioen, een thema dat vaker voorkomt in het paleis van Nestor. Het leverde ook het besluit op het graf voortaan aan te duiden als dat van de Griffin Warrior, oftewel de Griffioenkrijger.


De gevechtsagaat uit het graf van de Griffioenkrijger. Foto: Henk Looijesteijn

De opgravingen leverden nog meer verbazende vondsten op. Naast het paleis kan Tholosgraf IV worden bezocht. Het betreft een gereconstrueerd bijenkorfvormig koepelgraf, kenmerkend voor de Myceense cultuur. De beroemdste van dit soort graven is de zogenaamde Schatkamer van Atreus bij Mycene. Aanvankelijk werd gedacht dat dit het enige koepelgraf bij het Paleis van Nestor was. Maar Davis en Stocker vonden vanaf 2018 nog twee koepelgraven, al in de oudheid geplunderd en later ingestort, Tholosgraf VI en Tholosgraf VII. De opgraving van Tholosgraf VII is nog in uitvoering, maar beide graven hebben toch nog wat door de grafrovers over het hoofd geziene kostbaarheden gevonden, zoals een set Egyptische oorhangers met afbeeldingen van de godin Hathor en gouden bijen en blauwe glazen oorhanger uit het Iraakse glasblazerscentrum Nuzi, alle daterende uit de zeventiende tot vijftiende eeuw voor Christus.

Oorhangers en everzwijntanden

De tentoonstelling is opgebouwd uit drie delen: het eerste betreft vondsten uit de zeventiende tot de vijftiende eeuw voor Christus, toen Messenië uit verschillende vorstendommen lijkt te hebben bestaan die sterke culturele contacten hadden met Minoïsch Kreta, de Cycladen en het Oostelijk Middellands Zeegebied. Opvallende vondsten zijn overblijfselen van een gouden kroon – de enige bekende Myceense kroon – gouden uiltjes die een symbool van koningschap lijken en twee oorhangers van blauw glas uit Nuzi, gezien de erop afgebeelde sterren een verwijzing naar de godin Ishtar. Opvallend is ook een deel van een met everzwijntanden bezette helm, een typisch Myceense helmvorm.

Het tweede deel van de tentoonstelling legt de nadruk op de groei van het machtscentrum op de Epano Englianos. Een bijzondere vondst is een gouden griffioen, dat dan weer een symbool van het koningschap van Pylos lijkt te zijn geweest. Het derde deel draait om vondsten uit het Paleis van Nestor, zoals fragmenten van muurschilderingen en kleitabletten. Onder de muurschilderingen zijn onder andere een rustende griffioen en leeuw– daar zijn ze weer –  uit de late dertiende eeuw voor Christus, een vrouwelijke boogschutter en twee krijgers met zwijnentandenhelmen. De kleitabletten spreken onder andere van offers aan Poseidon, de twee gewesten waarin het koninkrijk was verdeeld en de paleiseconomie: de olijfolieproductie, het vee en de ambachtslieden, herders, pottenbakkers en parfummakers die voor het paleis werkten.

De grote afwezige

Ondertussen is koning Nestor wel de grote afwezige in deze tentoonstelling die nadrukkelijk naar hem verwijst. Zijn naam ontbreekt in de kleitabletten, maar dat is onder andere omdat men daarin altijd gewoon naar ‘de koning’ verwijst. Het noemen van zijn naam was ook onnodig in wat een boekhouding was die bij toeval bewaard is gebleven – een momentopname ten gevolgde van de paleisbrand – en die in de ogen van de schrijvers ervan zelf geen eeuwigheidswaarde had. Hard bewijs dat de Homerische koning Nestor ooit een daadwerkelijke Myceense heerser was ontbreekt vooralsnog.

Het past een historicus die geen specialist is bescheidenheid op het doornige vraagstuk van het historische waarheidsgehalte van de Homerische heldendichten. Daar bestaat allesbehalve overeenstemming over. Een duikje in de zee aan wetenschappelijke literatuur leverde aan de ene kant de Britse archeoloog James Whitley op, die in het hoofdstuk ‘Homer and History’ in The Cambridge Guide to Homer (Cambridge 2020) van mening is dat Homerus’ dichtwerken niet één bepaalde samenleving beschrijven. Dat de Ilias en Odyssee zoals ze tot ons zijn gekomen geen historisch betrouwbare vertellingen zijn wordt algemeen aanvaard, maar de Griekse archeologe Dora Vassilikou schetst in haar overzichtswerk The Mycenaean World (Cambridge 2019) in het hoofdstuk ‘Mycenaean Greece in Homer’ een iets ander beeld dan Whitley.

De Homerische dichtwerken verbeelden volgens haar een Griekenland beheerst door machtige koningen dat in Homerus’ tijd, de achtste eeuw voor Christus, alleen maar kon slaan op de dertiende-eeuwse Myceense cultuur. Homerus beschrijft bijvoorbeeld voorwerpen die in zijn tijd niet meer in gebruik waren, zoals de zwijnentandenhelmen. De namen van de Griekse goden maar ook namen als Orestes, Hector en Achilles worden vermeld op Myceense kleitabletten. Homerus’ dichtwerken verwijzen volgens Vassilikou dan ook naar gebeurtenissen en gewoonten in het Myceense tijdperk, ook al zitten er tal van kenmerken van zijn eigen tijd doorheen en ook al was Homerus in de eerste plaats een dichter en geen geschiedschrijver.

Misschien houden de Ilias en de Odyssee dan ook herinneringen vast aan een lang regerende koning bekend om zijn snelle paarden en verstandige raadgevingen. En wellicht levert de Griekse bodem ooit nog hard bewijs voor het bestaan van een koning Nestor. De recente opgravingen bij het Paleis van Nestor wijzen erop dat er nog steeds veel te ontdekken valt onder het Griekse maaiveld – en trouwens het hele Nationaal Archeologisch Museum is een overweldigende getuigenis van de archeologische rijkdom van Griekenland in het algemeen en van Pylos in het bijzonder. Wie de komende maanden in Athene is, kan zich daar nog zelf rekenschap van afleggen.

Dr. Henk Looijesteijn is Research Fellow bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis

Bijzonderheden

‘Pylos of Nestor. A Mycenaean Kingdom Revealed’, Nationaal Archeologisch Museum, Athene, 26 mei-31 oktober 2026:

De tentoonstelling wordt begeleid door een kloeke catalogus, The Kingdom of Pylos. Warrior-Princes of Mycenaean Greece, onder redactie van Sharon R. Stocker, Clare L. Lyons, Jack L. Davis en Evangelia Militsi-Kechagia en uitgegeven door het J. Paul Getty Museum te Los Angeles. De catalogus kost 75 euro.

Foto header: Uitzicht vanuit het Paleis van Nestor op de omringende olijfgaarden en de Ionische Zee. Foto: Henk Looijesteijn