Kunst is pas kunst als het iets in je verandert, zeggen sommigen. Als dat zo is, dan is Etty, de serie over Etty Hillesum van de Israëlische maker Hagai Levi die nu op NPO2 te zien is, kunst. Dat vraagt een uitleg. Om maar met het meest in het oog springende te beginnen: de serie is uitgetild boven het tijdsbeeld ’40 – ’43. Etty Hillesum fietst in een spijkerbroekje door wat lijkt op een eigentijds Amsterdam, maar dan in oorlogstijd. Een hippe tas van Freitag – gerecycled materiaal – op de rug.
door: Geke Mateboer
Dat is gek, nieuw, en veranderend. Want we zijn er aan gewend om in films en documentaires de Tweede Wereldoorlog in z’n correcte tijdsbeeld te zien; inmiddels lang geleden, in de aankleding en setting van toen, vaak ook nog in zwart-wit, en dat alles maakt het mogelijk om innerlijk enigszins afstand te nemen. Dit was toen. Voorbij, voorgoed voorbij, geschiedenis.
Gedurfd dat Levi (1963, bekend van series als The Affair en In therapie) daar een streep door zet. In het filmmagazine Deadline van afgelopen maart vertelde hij waarom. “De mensen die in de jaren veertig in Amsterdam woonden, voelden zich ook niet in een kostuumdrama zitten. Zij leefden hun leven in het moderne Amsterdam. Het dagboek is eigentijds. Dit is het verhaal van een moderne jonge vrouw in een grote stad.” Het leek me logisch dat hij geïnspireerd was door Jonathan Glazers Oscarwinnende film The Zone of Interest (2023) die kort geleden nog op de Nederlandse tv te zien was, een film met ook een totaal nieuw, eigentijds perspectief op het verleden en daardoor onthutsend, aangrijpend.
Je ziet de chaotische, heftig levende Etty op haar fietsje door Amsterdam scheuren, in haast, met haar dromen om ooit de grootste romanschrijver van de wereld te worden, naar huis, een boterham wegproppend, een snelle slok hagelslag er achteraan, blouse uit, in de bh, raam open en schrijven maar. Je ziet geen oorlog, geen symbolen of hakenkruisvlaggen, je ziet alleen maar de momenten waarop de bordjes ‘Voor Joden verboden’ verschijnen, bij het park, het theater, de winkels, de universiteit. Wat blikkerig schetterende luidsprekers en zo nu en dan, zwarte gepantserde busjes, een uniform. Beelden die meer dan genoeg de intens zwarte dreiging weergeven, zonder expliciet te worden. Er zijn demonstraties en tegendemonstraties. Voor vluchtelingen, of tegen joden. Er is spanning, polemiek. Het zijn beelden die we zonder problemen uit het heden herkennen. De tv journaals van Loosdrecht. Vriezenveen.
Etty Hillesum begon haar dagboeken in 1941, op advies van haar latere minnaar, de uit Duitsland gevluchte, onorthodoxe psychochiroloog en ex-bankier Julius Spier. Het verstoorde leven, dagboeken en brieven van Etty Hillesum 1941 – 1943 verscheen pas in 1981 voor het eerst in Nederland. In 1986 kwam er een uitgave van het volledige nagelaten werk van Etty Hillesum. Dat alles dankzij het doorzettingsvermogen haar vriendin Maria Tuinzing, aan wie ze de dagboeken en wat brieven voor haar vertrek naar Westerbork gaf, met de opdracht om die aan vriend en schrijver Klaas Smelik te overhandigen voor publicatie, mits ze niet terug zou keren. Smelik vond in de jaren vijftig en zestig bij geen enkele uitgever gehoor voor Hillesums werk. Te filosofisch. Het zou nog decennia duren voordat de dagboeken werden uitgegeven. Bijna veertig jaar na haar dood in Auschwitz werd wrang genoeg haar droom om wereldwijd bekend te worden als schrijver bewaarheid.
De dagboeken vertellen van de worsteling van de toen 27-jarige met haar ontwikkeling, haar talent, spiritualiteit, relaties en haar zoektocht naar liefde en waarheid in een duistere tijd. Ze maakt onderdeel uit van het lot, de ondergang van de joden, vindt ze, en ze wil hoe dan ook deel uitmaken van dat lot en dat Massenschicksal dragen. Ze gaat vrijwillig naar Westerbork waar ze als afgevaardigde van de Joodse Raad nog maandenlang de tijdelijke bewoners daar een hart onder de riem steekt, bijstand verleend en van advies voorziet (“Een pleister op vele wonden”), alvorens voor haar ook de trein vertrekt.
Ik denk dat ik ongeveer haar leeftijd had toen ik voor het eerst de dagboeken las. En de waarheid gebiedt: ik kon helemaal niet zo goed opschieten met Etty Hillesum. Het mocht niet van mezelf, want hoe not-done, tegenover een slachtoffer van het fascisme, maar het was niet anders; ze maakte me geïrriteerd, opstandig. Dat spirituele gezwatel! Hoe kón je nou zo zijn, zo gelaten zoekend en zweverig, en dan die relatie met die Spier, had die vent toch een rotschop gegeven! Was gevlucht! Was ondergedoken! Had teruggevochten! Wie ging er nou vrijwillig op transport?! Ik kon er veertig jaar geleden niet mee uit de voeten, en kwam daar voor mezelf ook nooit meer op terug.
Terug bij wat de serie Etty bij mij bewerkstelligt en wat ik beschouw als iets van kunst: dat het altijd mogelijk is, ook al is het een halve eeuw later, om tot andere inzichten te komen, wanneer je jezelf en je eigen beweegredenen eerlijk onder de loep neemt. Waarom was ik boos, op een holocaustslachtoffer? Uit wanhoop, schaamte, machteloosheid. Je hebt er niets mee van doen gehad, maar toch voel je de verantwoordelijkheid en daar kun je niets mee. Maar handlezer Spier (een prachtige rol van Sebastian Koch) leert Etty over wat overgave is, en hoeveel kracht er kan schuilen in knielen. “Nederigheid, als een grasspriet, of als de aarde, maakt vrij. Worden wie je bent”. En: “Het enige wat je kunt doen is mensen helpen hun leed beter te verdragen”. Vage oefeningen en uitspraken van een kwakzalver, meent ook Etty’s oudere minnaar en huurbaas Han Wegerif, die z’n uiterste best doet om haar nog tot onderduiken of vluchten te bewegen.
Ik zal geen enkele storm ontwijken die het leven voor mij bedacht heeft

De zware rol van Etty Hillesum wordt in de serie vertolkt door de Oostenrijkse Julia Windischbauer en dat is een gouden greep. Het expressieve, verbaasde en kwetsbare gezicht waarin elk trillend spiertje een verzwegen emotie vertolkt. Haar exotisch aantrekkelijke uitspraak van het Nederlands (een taal die Windischbauer in vier maanden leerde spreken) – het kwikzilverige en tegelijk onhandige bewegen, ze ís overtuigend Etty in haar rol. Windischbauer heeft door de gelaagdheid die ze haar karakter meegaf ervoor gezorgd, dat ik Etty Hillesum zoveel jaren na dato veel beter kan begrijpen, en dat is grote bijvangst.
Als je leven bestaat uit angst en haat, kun je het dan nog een leven noemen?
Er zijn mooie regievondsten die eveneens overtuigen, zoals in het vierde deel de massaoptocht met fietsen door Amsterdam, fietsen die ergens ingeleverd moeten worden, en depot waar duizenden fietsen met grote grijpers de shredder ingaan. Etty die samen met haar vriendin Lizzy toekijkt hoe haar fiets wordt vernield: “Alles wat ik verlies is weer een ding minder te verliezen”
Vader Hillesum: “In die veertig jaar woestijn hadden we ook geen fietsen”.
Ook mooi is de oplossing van het inspreken van de dagboeken, door Etty zelf, in de ondergrondse radiostudio van vriend Klaas (van de VARA) Smelik. Het geeft voldoende ruimte aan de oorspronkelijke dagboekteksten en stelt gelijk Klaas in staat om Etty te bevragen over wat haar precies beweegt.
En tenslotte – je moet er oor voor hebben- , de muziek van van Oscarwinnaar Volker Bertelsmann aka Hauschka (Im Westen nichts Neues van Edward Berger) is prachtig.
Kijken dus, nu op NPO2 en te streamen via NPO Start
foto’s:
-Julia Windischbauer op 82nd Venice International Filmfestival 2025 – LucaPazPhoto – Wikimediacommons
-Etty Hillesum, 1940, Wikimediacommons