Soms lees je niet voor je plezier maar voor je verdriet. Als een boek je een spiegel voorhoudt, waarin je niet alleen jezelf ziet, maar een hele witte, rijke, bevoorrechte West-Europese clan achter je. Die, over het geheel genomen, nooit heeft opgehouden racistisch en kolonialistisch te zijn.
door: Geke Mateboer
Imani Thompson (28, studeerde sociologie en politiek in Cambridge) legt in Honey kruisverbanden tussen racisme, de academische wereld, feminisme, rassentheorieën en gender gerelateerd geweld – allemaal van die minder leuke onderwerpen die zij heel clever onder de aandacht brengt door het misdaadgenre – en dus moord – als koepel voor haar boek te gebruiken. Dat wil er wel in, zo blijkt.
Of liever: daar trappen we in. Het boek werd een sensatie, maar was dat niet vooral omdat ze er ook nog eens flink wat seks inschreef, en sex sells, lees de kretologie rondom het boek: ‘Duister, spannend en zeer sexy, vilein, verslavend, onvoorspelbaar, sensationeel.’ Of Thompson daar nu zo blij mee moet zijn is maar de vraag. Zelf noemt ze haar hoofdrolspeelster in het drama, Yrsa, – net als zijzelf van gedeeltelijk Caribische/Jamaicaanse komaf – ‘Een wrekende antiheldin die slechte mannen vermoordt op de manier waarop vrouwen zelf zo vaak worden vermoord.’
Dat zegt ze in de British Vogue van april. Ze was het zat om zoveel geweld tegen vrouwen te zien op tv en wilde de lens wel eens omdraaien. Dus slaat Yrsa uit Honey, een briljante docente in Cambridge werkend aan haar proefschrift (PhD/Doctor of Philosophy), ongebreideld aan het moorden. De eerste keer bijna per ongeluk. Professor Richardson heeft haar vriendin gemanipuleerd en haar onderzoeksresultaten gestolen. Dus die bij, die over zijn blikje San Pellegrino zoemt, duwt ze in de opening van het blikje.
En ja, dan krijgt de professor een steek in de strot en overlijdt ter plekke. ‘Richardson en zijn gestik..’
Een ongeluk zit in een klein hoekje, net als bij het volgende slachtoffer, Hugh, die van een muur valt. Of wordt geduwd, of zelfmoord heeft gepleegd, wie zal het zeggen.
Het brengt bij Yrsa een euforie teweeg waar geen seks meer tegenop kan. Het geeft haar de controle, die ze in het dagelijks leven niet vindt. Na het eerste studieblok was ze met zeventien mensen naar bed geweest, ze experimenteerde met meiden, jongens, drugs, techno. Alles om maar een kick te krijgen, en niets werkte. Maar moord werkt.
Noem het genoegdoening
Noem het woede
Noem het vermaak
Dat is het ene. Het andere is het academische leven in Cambridge, waarin ons een kijkje wordt vergund. Het leven van een promovenda van kleur weliswaar, die zich verdiept in het discours van afropessimisme – en hoe dat vrouwen in hun denken over verlossing beïnvloedt. Dat vraagt wel even wat verdieping in het begrip afropessimisme, het Afro-Amerikaanse gedachtengoed geïntroduceerd door Frank B. Wilderson, als kritische denkwijze.
Het stelt dat zwart zijn in de moderne wereld betekent dat je leeft in sociale dood, geweld en uitbuiting, zonder hoop op echte gelijkheid. Zwarte mensen worden door de maatschappij niet gezien als volwaardige mensen met rechten, slavernij is niet voorbij, leeft door in hoe de wereld nu is ingericht, anti-zwart geweld is de bouwsteen van de westerse samenleving. In een discussie over haar proefschrift vraagt promotor Syed aan Yrsa of ze het daar echt mee eens is. Is er geen einde mogelijk aan racisme zonder dat de wereld moet vergaan? Ze is het er niet perse mee oneens. ‘Dat vrijheid nooit gevonden kan worden in bestaande structuren – er is geen democratie in de democratie, geen gerechtigheid in het rechtsstelsel. Ik denk dat mensen dat allang beseffen, maar waar zouden ze heen moeten? Tenzij je bereid bent een grootscheepse revolutionaire oorlog te ontketenen. Maar nogmaals, als je alleen je toevlucht kunt zoeken in de dood, dan leidt je je leven onder het juk van je huidskleur en zal emancipatie hoe dan ook een fabel blijven’
Wat is dan wel de oplossing van Yrsa voor het geweld en de verstrengeling van raciale- en genderongelijkheid? Nieuw geweld? Nieuwe afleveringen van Seks in the City, of The Great Britisch Bake Off, samen met de oude buurvrouw Blake, zure whisky, Marlboro’s, universiteitsroddels, cake en Engelse drop? Een nieuw slachtoffer dient zich aan in de persoon van de Gevierde Vrouwenhater Sam Mack, een social-media-god met 3.2 miljoen volgers – een variant op Andrew Tate? – die zijn vrouwenhaat omzet in memes en clickbait, die dansende meisjes op YouTube en TikTok over laat vliegen naar LA onder het mom van dat ze in zijn video mogen meespelen, maar daar worden misbruikt of erger. Een overdosis, als gevolg van de fentanyl-epidemie, bereikt niet helemaal het gewenste doel.
Ze beraamt een volgende moord, na de seks met roeier en aardbei-proteïne-shakes slurpende Kyle, het choken geeft weliswaar kicks maar geen echte; ‘Waarom kan ze niet gewoon een potje neuken? Waarom moeten mannen hun mond opentrekken?’ In haar colleges buitelen de meningen als pingpongballen over elkaar heen. Het gaat daar over alles wat er nu speelt.
Het gaat via Beyoncé’s Lemonade, haar huwelijk en Jay- Z’s overspel, en het erfgoed van de slavernij naar: ‘Ik denk dat popcultuur dol is op zwarte pijn. Het is nog steeds zo’n beetje het enige waar we het over mogen hebben, of mogen laten zien: hoe vreselijk het is om zwart te zijn’ zegt student Flo in een discussie – als de filmpjes over de gedrogeerde Mack rondgaan.
‘Voor de consumptie van het westen zullen er altijd mensen moeten sterven.’
En: ‘Je kunt zwartheid niet loskoppelen van pijn.’
‘Wat een onzin’ Ysra luistert niet meer. De witte studenten zeggen niets.
‘Wat als mijn verlossing er anders uitziet dan de jouwe?’
Een klacht aan Ysra’s broek kan natuurlijk niet uitblijven. Hoewel voor feiten die heel wat minder zwaar wegen dan haar geheime, woedende slachtpartijen. En als je nog dacht dat Cambridge oubollig was: het switcht in Honey van geswipe op Bumble (de datingsite waarbij vrouwen het initiatief moeten nemen) naar gaslighten, gewelddadigheden en spycams, van sugardaddy’s naar serieplegers, van wurgseks naar bitchen. Het is een rotte wereld van zoek en vergelijk op socialmedia profielen, van Vinted, Pinterest, sekswerk & kutcoke in een luxe membersclub (liefhebbers van zwart met dikke kont), van tweeduizend pop voor een middagje, naar Henry en een gruwelijke blowjob-scene (hij smaakt naar pis), ze voert hem ketamine en viagra en tot slot heroïne (terwijl ze naar 50 Cent luistert), want we hebben hier een nieuwe moord, nummer vier als je de poging 3 meetelt.
‘Het ding is, als je een jong, zwart meisje bent is de wereld niet voor jou gemaakt. De drogist had voor jou geen foundation. Je bent onbeleefd of je bent een fetisj of je bent teveel. Kun je stiller zijn asjeblieft. Kun je kleiner zijn asjeblieft’
Vrijheid is een woord dat jij de wereld hebt gegeven, zegt Ysra, niet dat die slavenhandelaren opeens een geweten kregen, macht wil mensen de rol laten vergeten die jij hebt gespeeld, jouw geestelijke oorlogen, en revolutie is een Caribisch woord. Cécile Fatiman, Malcolm X, Sojourner Truth, ze komen allemaal voorbij, de zwarte tot slaaf gemaakten en voorvechtsters. En wat is er eigenlijk met oma gebeurd?
Honey, het is een boek waar je niet van opknapt, zoals de dominee uit mijn kindertijd zou hebben gezegd. Je knapt ervan af en je wordt er hopeloos van. Hoe moet het ooit nog weer goed komen? Maar je moet het wel lezen en eenmaal begonnen stop je niet meer.
Imami Thompson zelf is nog vol ongeloof over haar succes, zegt ze in Vogue – ze doet aan verwachtingenmanagement en omschrijft het slot van Honey als niet alleen controversieel maar ook niet helemaal goed afgerond. En: ‘I hate the bows, that’s not what I want for my literature.’ Een nieuwe Gen Z novelist is geboren, haar debuut was dit voorjaar een hype in het VK. Ze schreef Honey na haar studie, terwijl ze als boekverkoper werkte bij Daunt Books.

Honey
Imani Thompson
Vertaald door Madelon Janse
Uitgever AmboAnthos
afbeelding header: Cécile Fatiman, Wikipedia