In de decennia voor en na 1900 werden in Engeland legio excellente schrijfsters geboren die in alle bescheidenheid de schoenen vulden van hun klassieke voorgangsters, Brontë, Eliott en Austen. Het waren vernieuwers en modernisten die het literaire landschap tussen 1910 en 1930 bepaalden en kleur gaven. Toch zijn maar een handjevol van hun namen verankerd in het geheugen, noem Virginia Woolf, Katherine Mansfield, Rebecca West. Maar tientallen andere schrijvende vrouwen verdwenen van het toneel en werden na hun aanvankelijk succes totaal vergeten.

door: Geke Mateboer

Elizabeth Bowen, Storm Jameson, Dorothy Whipple en E. M. Delafield werden niet vergeten omdat ze onbelangrijk waren, maar omdat het literaire systeem waarin ze werkten hen structureel naar de marge duwde. Het literaire prestige werd bepaald door mannen, zij maakten uit wat ‘grote literatuur’ was. Vrouwen schreven immers ‘damesromannetjes’ over triviale dingen (domestic fiction) , en hoe goed geschreven, toegankelijk en populair ook in het interbellum; academische aandacht kregen ze uiteindelijk niet, ze verdwenen geruisloos uit de bibliotheken en het collectieve geheugen. Toen na de Tweede Wereldoorlog een hele nieuwe generatie mannelijke schrijvers opstond (Orwell, Greene, Waugh) raakten veel schrijfsters geheel in de vergetelheid.

Het is daarom fantastisch om te zien dat Engelse schrijfsters uit dat tijdperk op dit moment in Engeland worden herontdekt en dat ze in Nederland schoorvoetend worden vertaald – Jane Gardam, Elizabeth Jane Howard en Barbara Pym zijn al geruime tijd in het Nederlands te lezen. Overigens heeft de Engelse revival alles te maken met de inspanningen van een eigenzinnig uitgeefster: Nicola Beauman (1944) begon haar uitgeverij eind vorige eeuw vanuit het niets – met als doel om de vergeten Britse schrijfsters opnieuw voor het voetlicht te brengen. En met succes, de uitgaven van Persephone Books uit Bath zijn waanzinnig populair geworden bij een bepaalde doelgroep. Maar daarover in een volgend artikel meer.

In het zomernummer van The Dutch Review of Books breekt Christien Franken een lans voor Nederlandse vertalingen van het werk van Dorothy Whipple (1893 – 1966), een immens populaire schrijfster die in haar tijd nogal wat seksistische en bevooroordeelde kritiek te verduren kreeg. Persephone Books gaf haar werk voor het eerst opnieuw uit. Inmiddels is er in Engeland sprake van een regelrechte Whipple revival. “Ik weet zeker dat Nederlandse vertalingen van het werk een breed publiek zullen vinden. Ook omdat moderne lezers waarschijnlijk beter in staat zijn om de gelaagdheid ervan te zien, om achter de ogenschijnlijk ‘eenvoudige’ voorkant van het werk te kijken” zegt Franken in het artikel. Zij promoveerde op het leven en werk van de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Nog meer mooi nieuws. Deze maand verscheen voor het eerst in een Nederlandse vertaling de klassieker Een stralende dag uit 1947 van Mollie Panter-Downes (1906–1997) Ze was romanschrijfster, journalist en jarenlang vaste correspondent van The New Yorker. Ze werd bekend door haar elegante, precieze stijl en haar uitzonderlijke observatievermogen — vooral in haar beroemde Letters from London, waarin ze, vanaf de oorlogsjaren, bijna een halve eeuw lang verslag deed van het Britse dagelijks leven. Ze debuteerde al op zestienjarige leeftijd met de roman The Shoreless Sea, die een bestseller werd.

Mollie Panter-Downes (foto: Lee Miller, Wikimediacommons)

Een stralende dag is een heerlijk boek, geschreven met de vaart van een impressionistische snelschilderaar; in full colour schetst Panter-Downes in twintig hoofdstukken een na-oorlogse zomerdag uit het leven van Laura Marshall in het dorp Wealding aan de voet van de Barrow Down. Lisette Graswinckel vertaalde One Fine Day prachtig.

Als upper-middle-class moeder van een jonge dochter, en echtgenote van Stephen Marshall registreert Laura onderkoeld en humoristisch hoe de aloude vooroorlogse wereld voorgoed verdwenen is, dat niets meer hetzelfde is. Het landhuis van de Marshalls is na vijf jaar oorlog totaal vervallen, de tuinman ligt onder de groene zoden, het personeel is verdwenen en zal niet meer terugkeren, het is gedaan met de privileges van de landadel, al was het alleen maar vanwege de financiële crisis in de sobere naoorlogse jaren. Maar het is vrede. Het luchtalarm zwijgt, men kan het nog nauwelijks geloven, in de tuin woedt een meedogenloze plantenoorlog en in de winkels is nog steeds weinig verkrijgbaar. Het gebak bij de bakker (een broodje of rotsje) is niet meer dan een zetmeelrijke substantie, het geld nauwelijks waard.

De bloemen sloegen wild om zich heen en vraten elkaar op, vuurpijl verscheurde lelie, aster verzwolg bergamot, roos verslond jasmijn. Als ware kannibalen en moordenaars leunden ze tevreden achterover terwijl de groene tentakels nog uit hun mondhoeken bungelden. De genadeloze winde sloop langs de klimop omhoog en wond de draad behendig rond zijn keel.

‘Vreselijk, vreselijk’, overziet Stephen Marshall de niet te stuiten wildernis, en terwijl hij elke dag opnieuw met de trein naar zijn saaie burgerbaan in Londen pendelt is hij nauwelijks in staat de nieuw ontstane situatie het hoofd te bieden. Zijn hele leven weet hij niet beter dan dat er iemand verscheen, als hij belde, dat hij gewekt werd door het geratel van de gordijnringen die opzij werden geschoven, dat s ’ochtends de open haard brandde en de koffie dampend heet was, alsof er kaboutertjes aan het werk waren geweest terwijl hij sliep.

Hij moet nu zelf de afwas doen en wat er uit de keuken aan eetbaars verschijnt is niet veel soeps. Onder de regie van Laura braakt het beestachtige fornuis niets dan misbaksels uit.
Het huishouden is op zichzelf aangewezen, en afgezien van een uurtje hulp van mevrouw Prout uit het dorp, die (als ze even geen servies stukgooit) met haar grote boezem, brede bespataderde benen met het nodige sardonische genoegen het strompelende huis een beetje schoon probeert te houden. En daarmee in de intimiteit van de afhankelijke familie treedt. Besmuikt maar nieuwsgierig vouwt ze het totaal versleten (maar wel zijden) nachtgoed op. De familie Prout zelf woont al generaties lang in een vochtig Tudor-konijnenhol – zoals Laura hun Elizabethaanse cottage bestempelt. Want wat er ook verdwenen mag zijn, bewustzijn van rang en stand blijft hardnekkig aanwezig.  

‘True is it that we have seen better days’

As you like it, William Shakespeare

Vijf jaar oorlog, vijf jaar afwezigheid van mannen, vrouwen hielden de wereld thuis bij elkaar, en na die tijd kan niets meer terug naar het oude, hoezeer iedereen daarvoor ook z’n best doet. Ook Laura ziet zichzelf onherkenbaar veranderd; ouder, grijzer en vermoeider. Ze is ‘een aardig bankstel’ geworden, leest ze in de kalme blauwe ogen van de aantrekkelijke gouden jongeman George Porter, die ze tevergeefs probeert te strikken voor wat tuinierwerk.

Hij keek haar vriendelijk aan, alsof ze een aardig bankstel was. Dit moest wel de consequentie zijn van de grijze haren, de kringen van vermoeidheid onder de ogen, dit moest wel het begin zijn van ouderdom. Ze had het gemerkt. Jonge mannen bekeken je alsof je een aardig bankstel was, een meubelstuk dat ze nooit zouden wensen aan te schaffen. De seinvlaggen waren gestreken, de lichten werden gedoofd.

Maar wat er ook veranderd is, niet alles is verloren, Een stralende dag eindigt onmiskenbaar optimistisch en hoopvol, want het belangrijkste is gebleven; het persoonlijke, de liefde, het bij elkaar zijn, het onveranderlijke van ochtend, middag en avond, de schoonheid van de natuur, de zee in de verte, dat alles is in volheid en volstrekte vanzelfsprekendheid aanwezig. En het einde van een tijdperk luidt hoe dan ook iets nieuws en avontuurlijks in, onbekend nog, maar we popelen om het te leren kennen.



Roppelegh’s

Het huis van de Marshalls in Een stralende dag schijnt een kopie te zijn van het huis dat Mollie Panter-Downes zelf meer dan zestig jaar bewoonde samen met haar twee dochters en echtgenoot Clare Robinson in Surrey, nabij Haslemere. Als ik op zoek ga vind ik een plaatje van Roppelegh’s, een typisch Engels landhuis totaal in de stijl van Puck of Pook’s Hill van Rudyard Kipling. Daar schreef ze haar boeken, en knaagden de muizen aan haar manuscripten.

Een stralende dag
Mollie Panter-Downes 
Origineel: One Fine Day (1947)
Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel
Uitgever: Atlas Contact