Nu de euforie over de winst van Rob Jetten wat is gezakt doemt de werkelijkheid weer als een zwarte schaduw op uit de coulissen; Nederland is meer dan ooit in rechtse handen – in navolging van Italië, Oostenrijk en recentelijk Tsjechië, waar de rechts populistische miljardair en Trumpist Andrej Babiŝ glansrijk de parlementsverkiezingen won. Net als in Roemenië en Noorwegen is het in Nederland getalsmatig maar op het nippertje gelukt, en nu dan die kabinetsformatie, die volgens de NRC “… voelt als het opruimen van de feestzaal na afloop. Slingers en glasscherven liggen op de grond, de mooie woorden van de vorige avond hebben, zodra de tl-verlichting aangaat, hun betekenis verloren. En de gasten kijken elkaar aan en denken: wat heb ik gisteren allemaal gezegd?”
door Geke Mateboer
Wie zich net als ik in wanhoop afvraagt hoe het in godsnaam zover heeft kunnen komen in Europa, én waar het naar toe moet – doet er goed aan om het pamflet van Antonio Scurati Fascisme en populisme ter hand te nemen. Het geeft in 90 pagina’s een antwoord op beide vragen. Het is geen makkelijk antwoord. Omdat democratie – zo moeizaam verworven na twee verwoestende wereldoorlogen – nu eenmaal het allermoeilijkste is wat er bestaat. Omdat parlement betekent veelheid in verscheidenheid. “De plaats waar talloze verschillen, de contrasterende belangen, de vele standpunten, het ene tegen het andere, tegengesteld bijeen komen; het is de schoot van de trage, langdurige kunst van de democratie, de tempel van haar kwetsbare schoonheid”.
Europa en de eeuwige vrede
Waarom krijgen populisten voet aan de grond, om vervolgens via dat prachtige, kwetsbare en bewerkelijke democratische systeem – dat ze zelf verwensen, verachten en de nek om willen draaien – te worden verkozen? Volgens Scurati omdat de bloedige wereldoorlogen uit ons geheugen zijn verdwenen, wij (geboren tussen pakweg 1950-1980) zijn de laatste generatie die de geschiedenis nog van onze ouders en grootouders hebben kunnen opvangen. Toch zijn wij samen met onze kinderen weggedommeld met het idee dat het in Europa eeuwig vrede zou zijn, de welvaart en voorspoed vanzelfsprekend en niet iets om samen voor te vechten.
Totdat crises ons ruw uit de slaap halen. Terroristen vliegen onze handelstorens kapot, hebzucht en grootheidswaan van banken en bedrijven storten ons in een financiële afgrond, migratiestromen komen op gang vanuit door oorlogen geteisterde andere (door ons schaamteloos uitgebuite en daarna genegeerde) werelddelen, we komen er achter dat we in een halve eeuw de natuur onherstelbaar beschadigd hebben door schaalvergroting, vergif en dierenmishandeling. Pandemieën slaan toe, natuurlijke bronnen geven het op, de oververhitte aarde beeft, de kachel moet uit, de woningen zijn op. De zorg wankelt, voor gevangenen en verwarden is geen veilige plek meer. Kabinet na kabinet; ze kúnnen het blijkbaar niet. Gemor zwelt aan. Onze generatie kreeg het beter dan onze ouders en grootouders -inmiddels dement of dood- onze kinderen en kleinkinderen krijgen het slechter dan wij, ze zwalken depressief en huisloos van TikTok naar Insta. En wat was ons beloofd?
Retoriek rechtstreeks van Mussolini
Maar zie; daar is de populistische leider. Hij stond al jaren in de coulissen te wachten op zijn kansen.
De aanmatigende retoriek van de hedendaagse populistische leider komt rechtstreeks van Mussolini, de uitvinder van het fascisme, zegt Scurati, die in vijf delen een bio-roman over Il Duce heeft geschreven.
“Ik ben het volk, en het volk ben ik.
En als ik het volk ben en het volk ben ik,
dan is iedereen die niet met mij is,
die niet bij het volk hoort, tegen het volk,
die valt erbuiten, buiten de gemeenschap,
die is er een vijand van.”
Bang zijn is niet genoeg, we moeten ze haten
Eerst moeten we angst hebben, grote angst, voor die vijand die ‘ons land’, ons welzijn en onze toekomst bedreigt, of die nu ‘woke’ is, asfaltplakker, tomatenplukker, vluchteling, afkomstig uit onze uitgeputte voormalige koloniën of transgender. Maar alleen bang zijn is niet genoeg. We moeten ze haten. We moeten ook onze parlementaire democratie haten, want die heeft dit allemaal laten gebeuren. De populist hoeft alleen maar geluiden op te snuiven in koffiehuizen en in sportscholen, de populist hoeft niets zelf te bedenken.
“Hij heeft geen eigen rotsvaste overtuigingen, heeft geen eigen ideeën, hij kent geen trouw, geen loyaliteit, heeft geen langetermijnstrategieën, hij leidt de massa niet naar een ver, hooggestemd doel dat hij wel, maar de massa niet ziet. Integendeel, die leider kent alleen tactiek en geen enkele strategie, alleen kansen en geen overtuiging, alleen praktijk en geen enkele theorie. Die leider heeft geen enkele inhoud en wil die ook niet hebben, hij is een lege man, een hol vat, een heel efficiënt apparaat in het uitoefenen van de tactische suprematie van de leegte.”
Simplificatie van enorme complexiteit
Het holle vat vult zich alleen maar af en toe met het gemor van de massa, (‘Ik ben het volk’), wakkert de angst aan, preekt de haat, belooft een oplossing en wordt winnaar. De oplossing is totaal simpel: weg met het parlementaire democratische gelaber, weg met onafhankelijke rechters, weg met die vijanden van het volk, grenzen dicht en klaar is Kees. Of Geert. Of Donald. Hij gooit het op een akkoordje met eenzelfde demagoog uit dat andere grote land, het moet afgelopen zijn met dat gedonder in Europa, het gevecht van de Oekraïners tegen hun bezetters, het moet uit zijn met dat geouwehoer in Brussel, stekker er uit, we nemen eenvoudig Oekraïne en de Gazastrook over, wie daar wonen moeten maar oprotten of dood. De uiterste simplificatie van een enorme complexiteit.

“Probleem opgelost. Volgens deze visie kan de buitenlandse indringer met knuppelslagen worden gedood, of anders laat men ze wel verdrinken op onze kusten, als ze al niet in zee zijn gesprongen.”
Wat is ons antwoord? Volgens Scurati heel eenvoudig maar uiterst moeilijk in de praktijk te brengen. “We moeten de strijd weer oppakken. Eenmaal verlost van het ongelukkige waanbeeld van een vermeende eeuwigheid, moeten we ons de geschiedenis van de democratie weer toe-eigenen, moeten we weer actief deel uitmaken van die geschiedenis die in haar hele verloop samenvalt met de strijd ervoor. Een dagelijkse, eindeloze, onuitputtelijke strijd. Anders gezegd: we moeten het antifascisme van onze ouders en grootouders overnemen. Zo’n erfenis komt niet vanzelf, die moeten we verwerven, verdienen, die moeten we ons eigen maken.”
Europese democratie, er bestaat geen andere
Iedereen moet stelling nemen, in een vernieuwd antifascisme, ieder op zijn eigen manier, met zijn eigen geluid, op zijn of haar eigen plek. Dat is: “De Europese democratie, liberaal, volledig en voltrokken. Er bestaat geen andere. Na de bloedige twintigste-eeuwse politiek ideologische aanvallen, is eindelijk een antifascisme van iedereen mogelijk, van alle oprechte democraten, ongeacht hun persoonlijke politieke kleur. Mogelijk, en noodzakelijk”
“We dachten aan de democratie als aan een eik, een hoge boom, die alleen door de bliksem of de bijl kon worden vernield. Maar de democratie lijkt eerder op een wijnrank, die voortdurend kundige zorg verlangt, liefde en toewijding. Geënt, gekrent, begoten en beschermd door vriendelijke, sterke handen. Dat is een dagelijks werk en levenswerk. Pas dan zal die kwetsbare, fantastische plant de zoete, koppige wijn van de democratie geven.”
*Antonio Scurati: Fascisme en populisme.
Uitgeverij Podium
