Op 5 december is het honderd jaar geleden dat Wilhelmina Drucker overleed, politica, radicaal denker en voorvechter van vrouwenrechten. Fleur Speet bespreekt de biografie die Marianne Braun van Drucker schreef: ‘menselijk, koppig, vooruitstrevend en soms onverwacht hedendaags’.
door Fleur Speet
Uit de biografie Een vrouw in de oppositie. Wilhelmina Drucker van Marianne Braun komt een vrouw naar voren die onafhankelijk, strijdbaar en maatschappelijk razend actief was aan het einde van de negentiende en begin twintigste eeuw.
Wilhelmina Drucker (1847-1925) werd gedreven door de overtuiging dat vrouwen zichzelf moesten helpen, omdat ‘juist geen partij de vrouw kan geven wat zij hebben moet’.
In bijna 800 pagina’s verschijnt een figuur met een sterk rationele en kritische blik: iemand die vrouwen niet idealiseerde, die mannen en vrouwen beschouwde als mensen met gelijke rechten. Militair vertoon, nationalisme en kolonialisme wees ze resoluut af. Ze stierf ‘in het harnas’; tot op hoge leeftijd bleef ze onvermoeibaar toespraken houden, demonstreren en publiceren, onder andere via haar zelf opgerichte tijdschrift Evolutie. Verdriet, vond ze, moest je bestrijden met werk en maatschappelijke inzet, een levenshouding die richting gaf aan haar persoonlijke én publieke strijd.
Braun plaatst haar temidden van het rumoer van het fin de siècle, een tijd waarin kiesrecht aanvankelijk enkel de rijksten toeviel, van de weeromstuit de socialisten de macht kregen, internationale feministische netwerken groeiden en de moderne politiek zich ontpopte. Tegen die achtergrond wordt duidelijk hoe uitzonderlijk Drucker was. Haar activisme wortelde in een weinig sentimenteel mensbeeld: als mannen en vrouwen gelijk zijn, moet elke vorm van hiërarchie worden bestreden; in de politiek, in het huwelijk, in de kerk.
Dat leidde tot haar levenslange verzet tegen kostwinnerschap, ongelijke lonen, ontslagbeleid dat vrouwen trof en wetgeving die vrouwen afhankelijk hield. De voorbeelden die Braun daarvan geeft maken dat consistente wereldbeeld tastbaar: van protestacties en toespraken tot internationale congressen en scherpe commentaren in Evolutie.
Drucker had een radar voor onrecht: ze zag hoe de Tweede Kamer door mannen werd gedomineerd en hoe algemeen mannelijk kiesrecht nauwelijks iets aan de machtsverhoudingen veranderde. Ze gold lang als stoorzender, maar haar principiële houding – wars van partij, klasse of coterie – werd uiteindelijk bewonderd.
Met die vasthoudendheid heeft Drucker meer gedaan dan actievoeren alleen: ze vormde het politieke klimaat waarin vrouwenrechten bespreekbaar, verdedigbaar en uiteindelijk wettelijk verankerd konden worden. Haar felle kritiek sijpelde door in beleidsdiscussies, kamerdebatten en in het werk van jongere feministen. Daarmee bereidde ze de weg voor de eerste grote hervormingen van het familierecht en voor het besef dat vrouwenburgerrechten geen gunst waren, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een democratische samenleving.
Interessant is dat Braun Druckers politieke ommezwaai nergens verbloemt. Ze kondigt in haar inleiding aan dat ze Drucker ‘door haar ogen’ probeert te zien, een ambitie die door de enorme hoeveelheid context niet altijd klopt, maar die de lezer wel uitnodigt om haar beweegredenen te begrijpen.
Aan het einde van de negentiende eeuw voltrok zich in Nederland een ware aardverschuiving: de opkomst van het socialisme, de groei van massapolitiek, het ontstaan van moderne partijen en een snel uitdijend overheidsapparaat dat alle nieuwe sociale wetgeving moest uitvoeren en controleren.
Daardoor stegen de belastingen en namen de staatsuitgaven toe, niet in de laatste plaats door uitgaven voor defensie, waar Drucker fel tegen was. Brauns’ context maakt duidelijk hoe dit alles een land onder druk zette dat nog maar net gewend raakte aan de eerste vormen van sociale democratie en parlementaire bureaucratie.

van haar zeventigste verjaardag geportretteerd door Truus Claes.
Twijfel aan de socialistische koers
In dat politieke klimaat begon bij Drucker de twijfel aan de socialistische koers toe te nemen. Waar ze aanvankelijk opliep met arbeidersorganisaties vanwege hun gedeelde strijd tegen ongelijkheid, merkte ze al snel dat vrouwenrechten binnen de socialistische partij het ondergeschoven kindje waren: eerst alle mannen kiesrecht, dan zouden de vrouwen wel een keer komen. In haar ogen bleef de positie van vrouwen ondanks alle nieuwe wetgeving opvallend onaangetast.
Ze zag hoe de politieke elite zichzelf in stand hield, hoe hogere financiële beloningen voor parlementsleden de politieke idealen vervuilden en hoe sociale hervormingen de afhankelijkheid van de staat vergrootten, zonder dat gelijk loon, financiële autonomie of gelijke behandeling van vrouwen werkelijk dichterbij kwamen.
Dat voedde haar weerzin tegen de socialistische praktijk en tegelijk haar hang naar een kleinere, soberder overheid. Ze zocht naar een aanpak waarbij laisser-faire, laisser-passer meer gelijkheid kon opleveren dan de toenemende bemoeizucht van staat en partijen. Net zo goed sloot ze zich later aan bij de ideeen van Keynes voor meer staatsbemoeienis: zelfs op economisch vlak liet zij zich niet in een enkel economisch kamp vangen, maar koos telkens de theorieën die haar feministische doelen het best dienden.
Fel tegen autoriteit, fel tegen mannelijke macht
Hier raakt Braun de kern van Druckers politieke sluiproute. Vanaf het begin had ze een anarchistisch-individualistische inslag: fel tegen autoriteit, fel tegen mannelijke macht en wantrouwig tegenover iedere collectieve oplossing die vrouwen afhankelijk maakte. Vanuit dat wantrouwen bewoog ze langzaam richting wat nu ‘libertair’ zou heten. Dat pad liep langs liberale ideeën over vrije markt met minimale staatsbemoeienis en scheerde zelfs even rakelings langs het fascisme van Mussolini dat in Nederland op zoveel instemming kon rekenen, maar ze verloochende nóóit haar feministische principes. Haar overtuiging bleef immers dat vrouwen niet geholpen werden door bescherming, uitzonderingsposities of sentiment, maar door daadwerkelijke autonomie: gelijke kansen, gelijke beloning, volledige zeggenschap over hun eigen leven.
Dat maakt haar politiek moeilijk te plaatsen. Ze begon links van het midden, bleef feministisch radicaal en militant, maar leunde sociaal-economisch steeds meer naar een kleine staat, lage lasten en terughoudend bestuur. Braun beschrijft dat zonder sensatie, maar juist met oog voor de logica achter Druckers keuzes.
Het is precies die combinatie die nu vragen oproept of hedendaagse Dolle Mina’s zich niet verbazen over deze latere Drucker. Braun geeft daarop geen antwoord, maar reikt ruimschoots materiaal aan om daar zelf over na te denken. Mijn standpunt (als Dolle Mina) is, dat je wel degelijk haar feministische principes als ideaal kunt zien, juist omdat zoveel misstanden van toen nog steeds bestaan (abortus nog in het Wetboek van Strafrecht, ongelijke lonen, femicide, etc) en zelfs lijken terug te keren.

bij het standbeeld van Wilhelmina Drucker.
Foto: Rob Mieremet / Anefo / Wikimedia Commons
Overduidelijk uit deze biografie is dat Druckers politieke pleidooi niet in conflict kwam met haar feministische overtuigingen. Gelijk loon, financiële autonomie voor vrouwen, afschaffing van ondergeschiktheid aan man en staat: het blijft de ruggengraat van haar denken. Haar afwijzing van moederschapsverheerlijking en van beleid dat vrouwen ‘kwetsbaar’ neerzette (omdat ze menstrueerden of zwanger waren), past daar naadloos in. Niks geen werktijdverkorting voor vrouwen. Vrouwen konden alles, vond ze, net als mannen. Die konden ook ‘moederen’ of voor het huishouden zorgen als ze daar maar toe werden opgevoed. Ze pleitte zelfs voor seksuele voorlichting (de Lentekriebels op lagere scholen zou ze fantastisch hebben gevonden).
Braun laat zien hoe Drucker telkens terugkeerde naar de kern: dat vrouwen structureel van arbeid werden afgehouden omdat ze als goedkope werknemers een bedreiging vormden voor mannen. Dat gold ook voor prostituees, wier werk volgens haar misprezen werd door dezelfde mannen die er gebruik van maakten. De mannen kwamen van de door henzelf op touw gezette oorlog en wilden nu het betaalde werk weer voor zichzelf reserveren. Daar kwam het volgens Drucker op neer. Daarom schermden ze lafjes met de taak van de vrouw in het huishouden, haar ‘koninkrijk’, waarvan haar volgens kerkelijke en burgerrechterlijke wetten ‘geen lepelsteel’ toekwam. De ‘fokpremie’ van kinderbijslag, Maria-verering, moederdag, het bouwwerk dat vrouwen aan het huishouden ketende, die hele burgerlijk-wettelijke onderwerping van vrouwen; Drucker fileerde het met evenveel vuur als helderheid.
Schandaalroman George David
De biografie zelf is al even helder opgezet: we volgen Drucker én haar gefortuneerde halfbroer: de een aan de rand van de politiek, de ander er middenin. Hun vader erkende zijn buitenechtelijke dochters niet. Pas na publicatie van de door hen geschreven schandaalroman George David – waar vader en halfbroer niet bepaald flatterend in voorkomen – schonk hij waarschijnlijk een deel van zijn erfenis. Eigenlijk zou je het boek een chantageroman noemen, maar Braun laat dat wijselijk door iemand anders suggereren.
Drucker zelf schreef geestdriftig, vol metaforen en vaak met zichtbaar plezier in het ver doorvoeren van beelden. Braun schrijft rustiger, maar evengoed prettig, waardoor – hoewel ze zichzelf nu en dan herhaalt (‘dat laat zich raden’) – de biografie heel soepel leest. Toch vergt de biografie door de complexiteit van de materie een zekere concentratie. Doordat Braun persoonlijke geschiedenis met politieke analyse en maatschappelijke context verweeft, is het opletten geblazen. Sommige standpunten of gebeurtenissen worden erg gedetailleerd toegelicht, wat geduld van de lezer vraagt. Maarja, dan wordt het toch weer spannende politieke geschiedenis die je niet had willen missen.
En juist daarin schuilt de kracht van deze biografie: Braun maakt Drucker niet heilig of eenduidig, maar menselijk, koppig, vooruitstrevend en soms onverwacht hedendaags. Daarmee blijft ze voor feministen van nu – links, rechts of ertussenin – een bron van inspiratie én een uitnodiging om het denken over emancipatie scherp te houden.
Marianne Braun, Een vrouw in de oppositie. Wilhelmina Drucker, uitgeverij Querido, 784 blz.