De Arnhemse boekverzorger Damiaan Renkens las Om het omslag, een recente publicatie van de bibliofiele uitgeverij Fragment. Hij pleit voor minder gemakzuchtigheid en meer creativiteit bij het ontwerpen van boekomslagen.
door Damiaan Renkens
Geef studenten Grafische Vormgeving de opdracht om een concept voor boekomslagen in serie te ontwerpen en de iMacs worden opgestart. “Wat ik niet kan, kan Photoshop; de grote redder in creatieve nood.” Efficiëntie en gemak. Photoshop-filters en kunstmatige intelligentie leggen de ‘creatieve’ lat niet erg hoog. Bekijk de Young Adult-omslagen in de boekhandel.
(tekst gaat verder onder de illustratie)

Hoe ging het vroeger?
Er werd een opdracht gesteld: tekst, formaat en de drukmethode waren het gegeven. De potloden en kleurpotloden kwamen uit de tas en er werd knoerhard nagedacht of we lieten het irrationele, stompe potlood het werk doen op een stuk papier.
Na uren schetsen en twijfelen – soms werd er niet getwijfeld want je was overtuigd van een ‘lumineuze’ vondst – legden we het resultaat aan een collega voor. Besluiteloosheid. Opnieuw beginnen. Schetsen en zoeken door je ontvankelijk op te stellen, net zolang tot zich het ‘onverwachte’ aandient dat een kleine euforie teweeg brengt. Uiteindelijk maakten we zelf de ‘kleurgescheiden’ werktekening.
Lettergrootte werd op een tiende van een Didot-punt uitgerekend (tegenwoordig is de pica-punt de gangbare maat). Zetwerk moest in één keer goed zijn. Een paar dagen later gingen we zelf proefdrukken. Ideeën werden eventueel bijgesteld, oneffenheden bijgewerkt en soms leidde een technische miskleun tot een dankbare verrassing. ‘Net doen alsof het ook de bedoeling was.’
Of het vroeger beter was…? Een dergelijke werkwijze leverde wel een menselijke signatuur op en dat is goed te zien in het boek Om het omslag van Uitgeverij Fragment (1925) met een inleidend essay van Han Steenbruggen.
De reeks Literaire Pockets van De Bezige Bij wist zich te onderscheiden van de gangbare omslagen uit die periode; die hadden volgens jonge lezers uit die tijd, een stoffig en elitair imago. Deze jongeren voelde de nieuwe tijd goed aan; daar ben je tenslotte jong voor. De Tweede Wereldoorlog was voorbij en CoBrA, Rock ’n Roll en de Bebop hadden al voor de nodige opschudding gezorgd. Alles moest anders en dat vonden ze ook bij De Bezige Bij.
(tekst gaat verder onder de drie illustraties)



Met de losse hand getekend, aflopend beeld dat prachtig geabsorbeerd werd door het matte papier. Er werd gebruik gemaakt van stevige basiskleuren, volvlakken met uitgespaarde vormen.
Jaap Jungcurt, die verantwoordelijk was voor het beeld had het goed in de smiezen; evenwichtige vormen en sterke kleurcombinaties, waarbij hij vooraf rekening hield met de (toen) eigentijdse typografie van Karel Beunis. Na verloop van tijd ontwikkelde deze vormgeving zich en kwamen er ook etsafbeeldingen en lijntekeningen voor op de omslagen.
Je kunt hier perfect waarnemen hoe de verschillende kwaliteiten van deze twee vormgevers elkaar versterkten. Het was een vruchtbare werkwijze waarbij ideeën niet werden aangedragen door technische hulpmiddelen of, erger nog, kunstmatige intelligentie. Het idee of het wordingsproces kwam uit het creatieve hoofd van een enkele sterveling – in dit geval twee stervelingen.
Het boek Om het omslag is een pleidooi voor het ‘handwerk’. Het handwerk dat steeds vaker plaats heeft gemaakt voor vluchtigheid en gemakzucht. Ook al konden Jungcurt en Beunis toen nog nooit van Photoshop en Shutterstock hebben gehoord; hun manier van werken en hetgeen daaruit voort kwam staat nog stevig overeind. Maar ik weet niet of zij zich nu zouden laten verleiden door de tech van deze tijd. Hoe dan ook; van dit beknopte boek zou iedere student Grafische Vormgeving kennis moeten nemen.
Han Steenbruggen: Om het omslag
Uitgeverij Fragment.
Nog tot 8 februari 2026 is in museum Belvédère in Oranjewoud een tentoonstelling van alle omslagen van de Literaire Pockets te zien.
