L
Over literatuur, ligatuur en typografie
door Damiaan Renkens

Bij onze bibliotheek staat een ‘weggeefkast’. Hierin staan boeken waar iedereen een boek kan neerzetten wat hij of zij gelezen heeft en waar zij nu vanaf willen. Ik geloof dat medewerkers van de bibliotheek daar zelf ook weleens boeken tussen voegen. Andere mensen mogen daar gratis een boek uitzoeken. Ik werp er wel eens een blik op, lees een paar ruggen en loop dan meestal door.
Vorige maand zag ik een boekje van Daniil Charms. Wanneer ik het woord ‘Charms’ lees valt mij dat meteen op. Ik ben, geloof ik, de grootste Charmsfan van West-Europa. Dit boekje stond daar zomaar tussen titels als Veggie koken met Sonja en Het leven op de boerderij. Ik wist van het bestaan van het boekje van Charms maar had het niet in mijn bezit. Het boekje was onbeschadigd; ook geen leessporen of verkleuringen. Meenemen dus.
Thuis begon ik te bladeren en voordat ik begonnen was met lezen, struikelde ik over enkele ligaturen. Decoratieve lettercombinaties als ‘ft’, ‘ct’ en ‘sp’, zoals je die soms ziet op borduursels van het linnengoed van een hotel. Je kunt ze ook tegenkomen bij oude uitgaves van klassieke Franse boeken.
(tekst gaat onder de illustratie verder)

Een goed gebruikt lettertype is onzichtbaar als lettertype, net zoals een perfecte spreekstem het onopgemerkt middel is voor de overdracht van woorden en ideeën.
Een citaat van Stanley Morison*. Vrij vertaald: “Een goed leesbare letter gedraagt zich dienstbaar aan de leesbaarheid en laat fratsen achterwege.” Duidelijke taal.
Al voor de Tweede Wereldoorlog gaf de Franse uitgever Gallimard de serie Bibliothèque de la Pléiade uit; een prestigieuze reeks van klassieke Franse schrijvers zoals Honoré de Balzac, Victor Hugo, Marcel Proust, Arthur Rimbaud, Emile Zola, et cetera.
In Franse teksten wemelt het van de diakritische tekens – accenttekens, circonflexes en cedilles – waardoor de pagina’s er sowieso al rommelig uitzien. Diakritische tekens; natuurlijk, zo is de Franse taal nou eenmaal en een taal moet foutloos geschreven zijn. Maar waarom die aanstellerige ligaturen er extra bij moeten? Goed, het zal toentertijd een geoorloofd middel geweest zijn om elegant voor de dag te komen, maar het voegt niks toe, het zegt niks en het hoort er niet. Het is alleen maar hinderlijk. Dit zeg ik nú, 2026. De Franse tijdgeest van meer dan tachtig jaar geleden ken ik niet. Maar Gallimard geeft de reeks nog steeds uit mét die overbodige ligaturen. “Ils sont fous, ces Français.”
Wat is er mis met ligaturen? Ik heb niks tegen ligaturen; als uitgangspunt voor een beeldmerk? Prima. Op een wikkel van een reep chocola; ook goed. Desnoods op het omslag van een literaire uitgave…. Maar dat er in Nederland in de 21e eeuw nog een boek verschijnt met deze Franse fratsen is mij een doorn in het typografische oog. Bij een uitgave van Daniil Charms nog wel. Charms was zelf ook niet vies van ongerijmdheden maar of hij hier blij mee zou zijn valt te betwijfelen.
Als het gaat om pagina’s die gelezen moeten worden dan staat bij mij het leescomfort voorop, tenzij een typografische ingreep een duidelijke bedoeling heeft (zoals bij de typografische poëzie van Paul van Ostaijen).
Ligaturen op verpakkingen of in lifestyle magazines; leef je uit. Over twee weken wordt het oud papier weer opgehaald. Maar ligaturen in doorlopende teksten vergelijk ik met fietsen op wegen met gaten en kasseinen. Zo kom ik toch weer in Frankrijk terecht. …en bij Stanley Morison.
* Stanley Morison was een Engelse typograaf, grafisch ontwerper en letterontwerper. Zijn meest bekende letter is de Times New Roman; een letter die speciaal ontworpen is voor dagblad The Times die toentertijd een sterke loodletter nodig had die de steeds hogere productiesnelheid van de drukpers aankon. We kennen deze letter nog steeds. Meestal als een gedigitaliseerde variant die geleidelijk en onopgemerkt is aangepast, maar nog steeds herkenbaar.
