door Theo Hakkert
Een aanbouw bij de kathedraal van Granada, een kapel die er eerder stond dan de kerk zelf, herbergt een piekfijne selectie schilderijen van Vlaamse Primitieven en een spectaculaire Botticelli.
Behalve dat zij en haar man, Ferdinand van Aragon, Columbus sponsorden voor de reis die de ontdekking van Amerika veroorzaakte, én de Reconquista voltooiden, de ‘herovering’ van Spanje door de christenen, waarvoor het koninklijk echtpaar in 1491 het Verdrag van Granada verbrak en een jaar later het Edict van Granada uitvaardigde, wat de uittocht betekende van honderdduizenden moslims en Joden uit Spanje, als ze al niet werden vermoord, had Isabella I (1451-1504), bijgenaamd de Katholieke – maar dat hadden we al geconcludeerd – ook liefde voor beeldende kunst, met name schilderijen, wanneer deze Bijbelse scenes uitbeeldden.
In haar testament had ze laten opnemen dat schilderijen in haar bezit, met name werken van Rogier van der Weyden, Hans Memling en Dieric Bouts, moesten worden overgeplaatst naar een kapel in/aan/bij de kathedraal van Granada, een kerk in gotische én renaissancistische stijl, met een oppervlak te vergelijken met een voetbalveld van bijna maximale afmetingen: 116 bij 67 meter.
De kathedraal is niet alleen groot, groter, overweldigend, maar ook van bijzondere schoonheid. Met de bouw van de kapel werd begonnen een jaar na het overlijden van Isabella; het werk werd afgerond een jaar na het overlijden van Ferdinand. Pas in 1521 zouden ze daar worden herbegraven.
Het hoofdgebouw, als dat zo mag worden uitgedrukt, werd pas in de achttiende eeuw voltooid, als dat al zo is, want een van de torens werd nooit afgebouwd, wat de kerk niet uniek maakt, want in Málaga heeft de kathedraal ook een onaffe toren, wat hem de bijnaam La Manquita heeft opgeleverd, het Eenarmige Vrouwtje. Dat liefkozende lot is de kathedraal van Granada bespaard gebleven, mogelijk door de ernst waarmee de bouw was omringd. Hier werden koningen en koningen begraven.
Jammer dat in het volgebouwde Granada rond de kerk zo weinig ruimte is om het majestueuze gebouw van gepaste afstand waar te nemen, maar de schoonheid zit sowieso aan de binnenkant. Met name in het kleine museum waar inderdaad de schilderijen van Rogier van der Weyden, Hans Memling en Dieric Bouts te bekijken zijn – en een aantal uit de Barok, waarover straks meer. Het is een klein maar fijn museum – waar het streng verboden is foto’s te maken.

Foto: Michael Sittow / Wikimedia Commons.
In: Capella Real Granada
Opmerkelijk, om niet te zeggen licht ontluisterend is dat de Miraflorestriptiek van Rogier van der Weyden (1399?/1400? – 1464) een kopie is. Het origineel is te vinden in de Gemäldegalerie in Berlijn, terwijl lange tijd – zelfs tot 1981 – is gedacht dat die in Duitsland een kopie was. Waaruit mag blijken dat het, in tijden dat er nog geen overvloed aan beelden was, om de afbeelding ging en niet om de waarde van een origineel werk versus een kopie. Bovendien is maar van bitter weinig Van der Weyden’s vastgesteld dat ze zeker van hem zijn.
De triptiek in Granada is een tweeluik. Het derde deel is in New York beland. Maar imposant blijft het. Het idee dat Van der Weyden een Vlaamse Primitief wordt genoemd is bij zo veel brille altijd goed voor een glimlach.
Nog imposanter is De Triptiek van de Passie van zo’n andere Primitief: Dieric Bouts (1415-1475). Omdat het compleet is, groot en net iets minder gestileerd dan een Van der Weyden, wat de kruisafname (het middenpaneel), de wederopstanding (links) en de hemelvaart van Christus (rechts) gepast rauw maakt.
Verfijnd daarentegen is een klein werk van Hans Memling (1440 – 1494) waar Maria op te zien is die borstvoeding geeft, wat dan weer mooi past bij een klein schilderij van Bouts waar Maria met haar kind temidden van vier engelen zit. Zo vullen de kunstwerken elkaar heel mooi aan. Hier is een slimme curator aan het werk geweest.

Wikimedia Commons
In: Cappela Real Granada
De grootste verrassing is niet nog een Vlaams meesterwerk, maar een Sandro Botticelli (1445 – 1510). Bijzonder grappig is dat de website van het kapel-museum dit deel van de collectie omschrijft als: the wealth of Baroque paintings is less important but there are still some masterpieces.
Botticelli’s Het Gebed in de Tuin der Olijven is adembenemend. Naar verluidt is dit het eerste schilderij van hem dat buiten Italië is geraakt. Drie apostelen, Johannes, Petrus en Jacobus, liggen blootsvoets te slapen in het gras en op en tussen stenen. Ongemakkelijk maar diep in slaap. Zo diep dat ze ontgaat wat boven hen, voor de toeschouwer aan de bovenkant van het schilderij, gebeurt: een in een door een hek omheinde rotstuin geknielde Christus krijgt, temidden van olijfbomen, een kelk overhandigd door een engel die is aan komen vliegen. Christus in rood, de engel in goud, de apostelen in blauw en groen – mede door de opbouw in drie lagen (het bruine hek vormt het middenstuk) is dit een spectaculair schilderij. Botticelli weet de blik van de toeschouwer van onder naar boven te leiden en terug. Waarbij dat hek telkens een aards obstakel vormt.
Waar dan Prendimiento van Predo Machuca (1490 – 1550) qua chronologie bij past, want dit maniëristische meesterwerk toont de gevangenneming van Christus na de scene in de tuin van Gethsemane. Dat op dit werk nog altijd copyright rust is een gotspe, maar een liefhebber moet sowieso zelf naar dit verrassende kapel-museum in Granada.
Dat kleinzoon, tevens keizer Karel V de laatste wil van grootmoeder Isabella heeft gerespecteerd, wat dit museum heeft opgeleverd, is een daad die alle respect verdient.
Dit is het vierde en laatste verhaal in een reeks over kunst en cultuur in Andalusië.