In MORE in Gorssel is een interessante hereniging te zien van werk van twee twintigste-eeuwse Nederlandse kunstenaars die elkaar goed kenden, zelfs een relatie hadden, maar merkwaardig genoeg niet eerder met z’n tweeën zo samen zijn geëxposeerd. Charley Toorop en Pyke Koch.


door Theo Hakkert


De overeenkomsten zijn legio. Charley Toorop (1891-1955) en Pyke Koch (1901-1991) waren beide autodidact en daar gingen ze prat op. Hun werken kenmerken zich door de frontale weergave van gezichten. Er is bijna geen schilderij in MORE, waar hun werk zo fraai met elkaar in gesprek is, waar niet een gezicht op te zien is dat de bezoeker recht aankijkt.

Op Toorop’s groepsportret Aan de toog (uit 1933) staan, lokaal kennelijk bekende figuren, langs elkaar heen te turen terwijl Miene van Mill-Verhulst een pilsje tapt. Naast haar Jaantje, de vrouw van een van de cafébezoekers. Haar rechteroog gaat verborgen achter de tap, maar met links staart ze het schilderij uit.
Sowieso is er weinig oogcontact tussen de figuren. Op Toorop’s Volkslogement (1928) zitten vijf volwassen bijeen die elkaar geen blik waardig gunnen. Opmerkelijk aan dit schilderij is de centrale plek voor een baby, in het wit. Wat zowaar doet denken aan eeuwenoude schilderijen waar Christus kort na zijn geboorte zo wordt uitgelicht, maar dit terzijde.

Bij Koch is die rechtstreekse blik er een paar keer niet, en dan meer precies bij de twee schilderijen die heel anders zijn dan het gros van zijn werk (al ontwierp hij ook postzegels, wat nog meer afwijkt). Scrum III, uit 1969 en uit de collectie van Museum Voorlinden, toont een scrum bij rugby op een besneeuwd veld. Met enige moeite zijn in deze duwende en trekkende kluwen-op-voeten drie gezichten te zien. Van mannen die wel wat anders te doen hebben dan museumbezoekers aankijken.
Op Het wachten, dat vijf wachtende vrouwen laat zien, in tempera, in diepe grijstinten, is er geen vrouw die ons een blik waardig gunt. Wel heeft een van hen grote ogen.
Het wachten is uit 1941. Een oorlogsjaar. Niet onbelangrijk, zo’n jaartal, en al helemaal niet bij Pyke Koch. Bij hem zat het fascisme er al jong diep in. Het feit dat hij politiek abjecte ideeën koesterde, wordt onderaan genoemd op een wand in MORE, maar zelfs online houdt het museum zich over deze foute kant van de kunstenaar stil.

Grillige relatie, grote invloed

Grote ogen is een andere overeenkomst tussen Toorop’s werk en dat van Koch. Verhoudingsgewijs zijn die ogen te groot. Vooral bij Koch staan ze ook verder uit elkaar dan bij vele mensen. Wat de spooky sfeer van zijn schilderijen verhoogt. Hij wordt tot de magisch-realisten gerekend; Toorop was eerder een expressionist.

Hij was jonger en zij was zijn leermeester. Zo begon hij onder haar invloed, maar hun relatie was grillig. Koch ontwikkelde zich verschillende kanten op – zie Scrum en Het wachten. Maar ook in de schilderijen die nauwer bij die van Toorop lijken te blijven, kiest hij voor een andere insteek. Zij is in portretten de realist. Ze schrok er niet voor terug geportretteerden bepaald onflatteus af te beelden. Grote ogen, met wallen, doordringend maar ook leeg. Ferme neuzen, fors aangezette lippen. En wenkbrauwen. Bij Toorop en Koch gaat het vaak over de grote ogen, maar onderschat de wenkbrauwen niet. Ze zijn met name bij Toorop dik en staan daarmee symbool voor een sterke wil, eigendunk en doorzettingsvermogen.
Dan zou je ze, gezien zijn politieke ideeën, ook bij Koch verwachten, maar bij hem zijn ze gestileerd en geëpileerd. Getekend, zoals tegenwoordig in de mode is. Op Het Signaal (uit 1975) is ook nog eens het gezicht wit geschilderd, wat het een vooroorlogse sfeer geeft. Alsof de geportretteerde in de film Cabaret speelt.

(de tekst gaat verder onder de afbeelding)

Pyke Koch: Zelfportret met zwarte band

De esthetische kant van fascisme op een zelfportret

Dunne wenkbrauwen ook op zijn omstreden zelfportret – hij maakte er maar drie – getiteld Zelfportret met zwarte band (1937). Het toont zijn gezicht vanaf de nek. Gestileerd en gladgeschoren maar met de schaduw van baardgroei. Een donkere band om het hoofd. Het is ook alleen een hoofd; een decor is er niet. Wie of wat is dit? Een eenzame fascist? Wat zegt ons dit hoofd en met welke ogen kijken wij ernaar? De esthetische kant valt niet te ontkennen. Een kant die het fascisme in Italië in de vroege tijd zeker had. Kijk naar iemand als Gabrielle d’Annunzio. Maar het is ontdaan van alle weelde en de decadente kant die de dichtende dandy d’Annunzio ook had, is hier ver te zoeken. Door de band heeft dit schilderij eerder iets militaristisch. Dat het in de oorlog in een fout blad kwam te staan, is niet verwonderlijk. Na de oorlog mocht Pyke Koch een jaar niet exposeren.

Samen op Maaltijd der vrienden

Gezegd wordt dat Toorop en Koch een niet-platonische relatie hadden. Van haar hangt meteen aan het begin van de tentoonstelling het beroemde schilderij Maaltijd der vrienden (1932-1933). Een portret van haar Bergense vriendenkring, die in deze samenstelling nooit bij elkaar is geweest. Twaalf volwassenen, een kind en een aap-achtig figuur linksboven: een sculptuur. Op drie figuren (en de sculptuur) na kijken ze allemaal naar de bezoeker. Met neutrale blikken. De vierde wand wordt niet verbroken, zeg maar. Zoals ze staan, achter een tafel die een stilleven suggereert, lijkt het eerder een collage dan een realistische afbeelding. Daarvoor staan ze veel te dicht op elkaar. Een manier van presenteren die Toorop wel vaker toepaste. Figuren bij elkaar geplaatst die niet met elkaar in contact lijken te staan. Portretten die binnen de lijst zijn samengebracht; niet de afbeelding van een etentje. Rechtsboven dichter Adriaan Roland Holst.
De diepte ontbreekt. Een effect dat lijkt op dat van een kijkdoos. Kijkend door het gat is er geen diepte, die zie je pas als je het deksel (van de schoenendoos) haalt.
Pyke Koch staat ook op Maaltijd der vrienden. Rokend. En zo dicht tegen Charley Toorop aan, zo wordt beweerd, dat hier een innige band wordt gesuggereerd. Ook zou hij haar als enige aankijken, maar hij kijkt langs haar heen. Het bewijs is dun.

Wie er ook op staat is Toorop’s zoon: Edgar Fernhout (1912-1974). Elders is hij ook te herkennen. Op Drie generaties, dat ze pas in 1950 heeft afgerond. Hij staat met een palet in de hand rechts achter zijn moeder, die zich hier weer eens heeft afgebeeld terwijl ze met grote ogen de bezoeker aankijkt. Zoals op zo veel zelfportretten van haar hand. Zij is de middelste van de drie generaties. Links achter haar het bronzen portret van haar vader Jan Toorop (1858-1928) gemaakt door John Raedeker, ontwerper ook van het monument op de Dam.

Slangenmensen en kleurrijke kermissen

Een laatste overeenkomst is hun kleurgebruik. Naast de spooky gestileerde koppen van Koch schilderde hij ook, net als Toorop, rustig een kermis. Een harrewar – ook collage-achtig – van beelden in ferme kleuren. Mooi en op hun eigen manier confronterend zijn de twee schilderijen van Koch met contortionisten. De vrouwelijke slangenmensen kijken recht vooruit, hun benen gekromd tot boven het hoofd. Toorop schilderde zichzelf vaak; voor Koch’s figuren lijkt hij steeds hetzelfde model voor ogen te hebben gehad. Beelden zijn het uit een magische wereld. Fraai van kleur.  Toorop kon er ook wat van op dat terrein. Dikke lijnen en expressieve kleuren, feller dan de realiteit. Zwaar aangezet. Zwaar als dikke wenkbrauwen.

Nog tot en met 25 oktober in MORE Gorssel.

*Over beide kunstenaars zijn eerder dit jaar grote biografieën verschenen. Wessel Krul schreef Charley Toorop. Een schildersleven. Uitgeverij Boom. Over Pyke Koch schreef Susana Puente De God van Nederland. Leven en werk van Pyke Koch. Uitgeverij Prometheus.

Charley Toorop: Maaltijd der vrienden / Wikimedia Commons