Fenix in Rotterdam is nadrukkelijk een kunstmuseum. Een museum over migratie beschouwd en bekeken door de ogen van kunstenaars. Het levert een indringend, veelzijdig beeld op van migratie, de beweging die zo oud is als de mensheid zelf.

Een mooi contrast in Rotterdam. In Het Depot is de collectie van Boijmans Van Beuningen, dat wordt verbouwd tot minstens 2030, ondergebracht. De enige kunstreservebank ter wereld die te bezoeken is. Met een druk op een schakelaar gaan binnen de lampen even aan en daar zijn de rekken met kunstwerken – op de rekken vooral schilderijen – die op een invalbeurt wachten. Een van de eerste gedachten is: wat heeft Boijmans veel.

In Het Depot

Behalve rekken zijn er stellingen. Met driedimensionale objecten. Van ingewikkelde installaties via vast peperdure keramiek tot koffiebekers. In totaal staan, hangen, liggen en wachten hier 155.000 kunstwerken. Je kunt er allerlei bespiegelingen op loslaten. De overdaad, de misaankopen, die er vast tussen zitten, die het hoofd doen schudden. Hier tegenover de rijkdom aan ideeën en creativiteit die aan al die kunstwerken ten grondslag lagen, die het hoofd doen knikken. Hier moest iets worden uitgedrukt, vervaardigd, uitgelegd wellicht. De momenten dat het moest zijn vergaan, wellicht ook de gedachten, inspiratie en het proces, maar de uitkomst is er, die bestaat nog, en of die ooit nog een publiek vindt doet niet ter zake.

Lijnen door de historie

Uit zo’n collectie zijn verhalen te distilleren. Lijnen te trekken door de historie. Bloemlezingen te maken. Het zal wel moeten, want 155.000 kunstwerken is een te groot verhaal. Het is niet te bevatten en het loopt niet. 155.000 is een bonk zonder ingang, toegang, uitgang. Er moet gekozen worden. Vandaar dat musea soms zijinstromers vragen om een verhaallijn uit een collectie te peuren, zoals bijvoorbeeld schrijver Atte Jongstra al eens succesvol deed voor Rijksmuseum Twenthe.

Het Depot heeft het zelf ook gedaan. Alleen rekken en stellingen is niet iets waar een museumbezoeker voor warm loopt. Een paar ‘zalen’ zijn ingericht met een selectie uit wat in bezit is. Zo is topstuk Brueghel’s Toren van Babel – de kleine versie – heus te zien, een Picasso, een Bosch. Geen Rothko – keuzes, keuzes.

Met de nadruk op ‘kunst’

Maar goed, dat mooie contrast in Rotterdam. Bij de Kop van Zuid is eerder dit jaar Fenix geopend, een kunstmuseum over migratie. Dat er ‘kunstmuseum’ staat en niet alleen museum is veelzeggend. Het thema migratie is breed opgepakt, maar bekeken en bewerkt door kunstenaars, uit binnen- en veel buitenland, van toen en nu.

Met dit contrast: het gevoel dat dit de hele collectie is. Niet uitgesloten is dat Fenix ergens in het fantastische gebouw een depotje heeft, maar de ruime opzet van de ruimtes doet vermoeden dat dit het is. Dat hier geen Atte Jongstra langs rekken en stellingen hoeft te trekken om een eigen verhaallijn te vinden in wat los van elkaar aan kunstwerken bijeen is gebracht door verschillende directeuren en hun keuzedames- en heren.

Migratie is zo oud als de mensheid

Nee, in Fenix is het aan de bezoeker om zelf een weg te vinden langs de piketpaaltjes aan momenten – die jaren kunnen zijn – uit de geschiedenis van de migratie, dat sowieso een gegeven is zo oud als mensheid. Adam en Eva migreerden uit de Hof van Eden en daarna is de wereldbevolking nooit meer niet in beweging geweest. Soms kwamen de reizigers – gelukzoekers, vluchtelingen, landverhuizers (waarom horen we dit neutrale woord zo weinig, het is bovendien zo mooi) – aan bij groepen, bubbels, landen die hun grenzen niet open wensten te stellen, hun toegang gesloten wilden houden, om hun cultuur te bewaken en te bewaren. Vraag aan de inheemse bevolking van de VS hoe het afliep toen ze ontdekkingsreizigers niet buiten de deur wisten te houden.

Wie maar even nadenkt over alle bewegingen die de mensheid door de eeuwen over de aarde heeft gemaakt, duizelt het. Het is ondoenlijk om dat allemaal te vangen in een museum, het is – net als 155.000 kunstwerken elders in de stad – te veel, het is niet te om- en bevatten. Dus staat er ‘kunst’ voor het museum. De kunstenaar als zeef, als beschouwer en dan als maker. En daar dan weer achteraan de curator die deze selectie heeft gemaakt voor Fenix. En het is wonderwel geslaagd, in die zin dat ik niet weet hoe die selectie is gemaakt, behalve dan dat ik vermoed dat hier mogelijk alles staat wat bijeen is gebracht.

De hoop op een (beter) leven, en liefde

Het is kleurrijk, warm, confronterend, wonderlijk, emotionerend. Het zijn klassieke schilderijen (maar niet veel), het zijn installaties, video’s, objecten – beelden, koffers, servies, textiele werkvormen, boeken. Het hele agglomeraat aan vormen is hier te vinden. Aangenaam is het ontbreken van een vingertje dat de boodschap wenst te benadrukken. Die boodschap komt vanzelf uit de gezamenlijke verhalen naar voren: hoe migratie hoop is op een (beter) leven, op liefde – liefde in de brede zin van: geaccepteerd worden, in vrijheid leven, genegenheid en er mogen zijn.

Elk van de werken laat een eigen indruk achter. Aangrijpend is de video Save Me From The Cold van Martin & Inge Rietbeek. Ze lieten op alle werelddelen mensen aan het woord over hun zoektocht naar liefde en geborgenheid, wat niet een vorm van migratie is waarin landsgrenzen worden geslecht, maar eerder een innerlijke vorm is.
Een van de geïnterviewden – ze steken monologen af nadat ze naar de camera zijn komen lopen – is Chesney Snow, een zwarte Amerikaan die een verhaal heeft met racisme en misbruik. Hij werd jong vader, maar zijn kind werd na drie jaar toegewezen aan een blank gezin in een trailer park, waar het werd misbruikt en gemarteld. Staand voor de camera langs een straat in New York draagt hij uit het hoofd een gedicht voor voor de jongen, die vol trauma’s zit. De gedrevenheid van Chesney Snow, de gesublimeerde woede, maakt diepe indruk. Zet deze tekst op een beat en het is een hip hop-hit vanjewelste.

In 1972: Turken worden voorgetrokken

Ook is er beeld op een oude televisie. Jaap van Meekren in 1972 in gesprek met buurtbewoners die vinden dat Turken worden voorgetrokken. Echo’s van later, de geluiden van nu.

Hoe grenzen worden gesloten, hoe poorten dicht gaan en blijven, wordt verbeeld door een hek dat op elk half en heel uur met enorme kracht tegen een muur klapt. De dubbele klap davert luid door de ruimtes.

De boot uit Lampedusa
In Fenix Rotterdam

En soms wordt de grens (sic) tussen kunst en werkelijkheid door de curator geprikkeld. In fasen. Dat de (stoffen) Amerikaanse bus van Red Grooms een kunstwerk is, staat vast. De bezoeker kan naar binnen, een ov-kaart is niet nodig. Voor instappen, achter er weer uit. Alle stoelen zijn bezet, de passagiers vormen een bont gezelschap. Het doet denken aan The Beanery, het populairste kunstwerk van het Stedelijk.

Een stap dichter naar de werkelijkheid is een oude Peugeot 404. Het is een zogeheten Bottari Truck, van de Koreaanse kunstenaar Kimsooja. De bezittingen op deze ‘vluchtauto’ zijn verpakt in bottari’s – wikkeldoeken. Snel weg!

De realiteit van een boot uit Lampedusa

In de andere ruimte ligt de realiteit zelf. Een boot uit Lampedusa. Gebruikt om de Middellandse Zee over te steken. Met de lege waterflessen er nog in. Kunst omdat het is geselecteerd voor een kunstmuseum dat diepe indruk maakt en tot herbezoek noopt.

De bezoeker kan nog vele ruimtes door, en naar boven, een chromen omloop op die uitkijk biedt op Hotel New York, de stad en de wijde wateren, symbolen voor migratie – die van alle tijden is. Zoals verbeeld ook door Susan Clinard met haar History Repeats Itself (uit 2017), een reeks houten beelden van een moslima, een Japanse vrouw, een Joodse Europeaan (met gebogen hoofd) en een Afrikaanse man met dochter. Verschillende groepen die op verschillende momenten in de geschiedenis geen toegang kregen tot de VS. De voorste in de rij is anoniem. ‘Een vooruitblik op wie de volgende zal zijn.’ Ja, als iets van alle tijden is, is het ook van nu en straks, en in dit geval brandend actueel.

Susan Clinard: History Repeats Itself.
In Fenix Rotterdam.