Interview met Paolo Cognetti bij zijn roman De acht bergen

De waarheid van een roman zit in de beweging van de ziel, en de karakters en relaties van de personages

AAls jongen van 8 ging hij voor het eerst serieus de bergen in. Met zijn vader, een fanatieke klimmer. Zijn vader die geen berg te hoog ging. ,,Hij moest altijd naar de top,” vertelt Paolo Cognetti (39). Zelf vond hij 2.000 meter wel genoeg, okay, 3.000 ging ook nog.
Verder was hij vooral alleen, de jonge Paolo. Boeken waren zijn beste vrienden. Echte vrienden, uit vlees en bloed, om mee te ravotten en op avontuur te gaan, had hij niet. Zijn beste vriendje was imaginair. En laat hij die nou warempel een kleine dertig jaar later in het echt zijn tegengekomen.

Paolo Cognetti: Ik leef in mijn droom

,,Ik herkende hem,” vertelt Cognetti lachend tijdens een bezoek aan Amsterdam, waar hij zijn roman De acht bergen met interviews komt ondersteunen. In Nederland en de andere 23 landen waar de roman in vertaling verschijnt, kan dat nodig zijn; in Italië hoeft het niet meer. Zes weken geleden won hij met De acht bergen de meest prestigieuze literatuurprijs van Italië, de Premio Strega. ,,Verkocht ik tot dat moment zo’n 1.000 exemplaren per week, na de toekenning van de prijs is dat tussen 10.000 en 15.000.”  Hij spreidt zijn armen: ,,Eindelijk ben ik schrijver. Ik kan ervan leven. ” De romans die hij sinds zijn 17e schreef leverden te weinig op. Zonder baantjes in bars en restaurants, als fotograaf en parttime docent had hij het niet gered. ,,Ik leef in mijn droom.”

Maar hoe zit het nu met dat imaginaire vriendje? Rond zijn 30e zat het Paolo Cognetti behoorlijk tegen. Geen werk, het ging uit met een vriendin, gedoe en woorden met vrienden. Biezen pakken en naar de bergen, dacht hij, weg uit Milaan. ,,Een harde stad,” zegt hij over zijn geboorteplaats.
,,Ik bedacht dat ik in de bergen opnieuw kon beginnen.” Hij ging naar Val d’Aosta, in noordwest Italië, grofweg richting drielandenpunt Zwitserland, Frankrijk, Italië. Bij de Mont Blanc en Matterhorn. Daar sloot hij vriendschap met een man van zijn leeftijd in wie hij zijn imaginaire vriendje van toen meende te herkennen. Niet dat hij Bruno heet, maar hij stond wel model voor de Bruno in de roman van Cognetti.

De berg is geen personage, maar een spiegel. En een tempel waar het denken begint

In De acht bergen loopt een jongen rond die veel van de schrijver wegheeft en Pietro heet. Diens vader gaat graag de bergen in. Naar de hoogste toppen. Een ongemakkelijke man. Geen plezier in het werk. Knorrig. Een zwijgrelatie met Pietro’s moeder. Soms moet hij domweg de bergen in. Dat is een liefde die hij met zijn vrouw deelt. Vaak gaan ze samen, en dan gaat Pietro mee.
Tijdens een verblijf in de zomer dat ze allebei 11 zijn maakt Pietro kennis met Bruno, een boerenzoon die voor de koeien zorgt. ,,Dezelfde karakters, maar met een tegengesteld lot. Een complementair lot. Ze vinden in elkaar iets wat ze bewonderen, maar zelf niet kunnen. Bruno zou willen reizen. Pietro zou tot een plek willen horen, zoals de bergen.”
Zijn ouders nemen een deel van de zorg voor Bruno over, omdat hij anders geen opleiding zou krijgen. Samen klimmen ze. Bruno kent meer geitenpaadjes dan Mark Rutte ooit zal kennen. Dit is een grote roman over een grote vriendschap.

Waar is voor jou deze roman eigenlijk begonnen?
,,Drie jaar geleden begon ik het verhaal te zien. Mijn vader, de bergen, de vriend, de plek. Er komt een punt in je leven dat je meent dat dingen samenvallen. Deze vriend had via de bergen een connectie met mijn vader toen die nog een kind was. Ze hebben dezelfde paden bewandeld. Ik wist ook meteen dat dit mijn boek was, mijn verhaal.

Omdat het persoonlijker is dan je eerdere? Al komt niet alles overeen met jouw levensverhaal.
,,Dat zal er mee te maken hebben. Ik kan zeggen dat mijn vader nog leeft, terwijl de vader in het boek overlijdt. Dus het is niet een op een. Maar de karakters, gevoelens en plaatsen zijn echt. Het verhaal niet. De waarheid van een roman zit ergens anders in, in de beweging van de ziel, het karakter, de relaties.”

Je hebt de schitterende omgeving van Val d’Aosta een plek in de literatuur gegeven. De natuur is overweldigend. Zie je de bergen als personage?
,,Ik zie de bergen eerder als een spiegel. We hebben een ziel die we in de stad vaak vergeten omdat we te druk zijn met van alles en nog wat. Daar hebben we veel mensen om ons heen. Als we alleen zijn en kijken naar de bergen of de zee, dan werkt dat als een spiegel waarin we beginnen te praten met onszelf. De berg is een grote tempel waar het denken begint.”

Wat betekent dat volgens jou voor steden? Vind je dat mensen daar weglopen voor zichzelf?
,,Ik ben een zoon van de stad, geboren en opgegroeid in Milaan. Later ben ik verliefd geworden op New York. Maar in deze tijden hangt een gevoel van falen rond steden. Door de financiële crisis, maar dat is het niet alleen. In onze steden zie ik geen toekomst. Het denken klopt niet. Er loopt iets op het eind. De enorme werkloosheid, de uitzichtloosheid, de jongeren die langs de kant staan zonder perspectief. Voor mij is dat het teken dat er iets fundamenteel stuk is. De samenleving in steden werkt niet meer. Het leven speelt zich ergens anders af. Daarom ging ik naar de bergen.”

Hij is de enige niet. Hij durft zelfs te spreken van een kleine beweging, de Nuovi montanari. ,,De nieuwe bergmensen. We gaan naar waar onze vaders weggegaan zijn. Mijn vader is van 1944. Een van de sterke mannen die een doel zagen; het land weer hebben opgebouwd. Ze geloofden dat de beweging van het platteland naar de steden de enig juiste was. Wij zijn de zonen, wij zijn niet zo sterk, wij zijn gevoeliger. Waar mijn vader, net als de vader in mijn roman, naar de bergtoppen wil, blijf ik liever in de valleien en bij de kreken, het bos. Wij hoeven geen doel te halen, maar willen relaties bouwen. Om niet in eenzaamheid te sterven, zoals Pietro’s vader.”

(tekst gaat onder de foto verder)

cognetti_copy-roberta-roberto_7550

(foto copyright Roberta Roberto)

Een belangrijk moment in de roman is dat waarin de vader met Pietro aan een bergbeek zit en hem vraagt waar de toekomst vandaan komt, van boven, stroomopwaarts, of van beneden, stroomafwaarts.
,,De toekomst komt van stroomopwaarts. Ik ben tegen de mainstream. De mainstream is meegaan met het water. Je moet tegen de stroom in. Bergopwaarts. Bovendien, iemand moet op de bergen letten.”

Je bent niet pessimistisch.
,,Nee, maar ik houd niet menigtes. Zoals ik ook niet van de middenweg houd. Ik ben graag met weinigen, alleen zo kun je echte relaties opbouwen. Over mijn land ben ik wel pessimistisch. Italië, ik zie geen passie. Geen beweging. Er is veel lethargie. Veel materialisme. Ik houd daar niet van. De obsessie met de smartphone. Mensen staan in een hyper-relatie met anderen, maar via zo’n apparaat. Voor mij is het autistische omgang met een stuk speelgoed.”

Het verhaal van de vader en moeder is wel authentiek, begreep ik. Haar familie kwam niet naar de bruiloft.
,,Dat is het echte verhaal van mijn ouders. Ze trokken naar Milaan. Daar waren ze eenzame immigranten uit Veneto. Het verhaal van Milaan is dat van de grote trek van andere streken naar die stad. We noemen dat immigratie, ja. Daarvoor hoef je in Italië niet uit een ander land te komen. De problemen met Arabieren nu zijn te vergelijken met die van de Sicilianen vroeger. Mijn ouders waren alleen met elkaar, op elkaar aangewezen. Dat zag ik heel goed thuis, ik merkte het. Ze hadden een andere taal. Hun eigen geheimen ook.”

De samenleving in steden werkt niet meer. Het leven speelt zich ergens anders af

Paolo Cognetti heeft nu zelf een simpel huis op een Alp. ,,Op een maandag in september is het volkomen stil.”
Al blijft hij ook een zoon van de stad. ,,Soms mis ik de stemmen van de stad. Het is behoorlijk gespleten. Er is het verlangen naar alleen zijn. Concentratie, schrijven, nadenken. Dan weer zoek ik de steden voor mensen, liefde, muziek, reizen.”
Deze zomer heeft hij met zijn vriendin een festival georganiseerd rond hun berghut. The Call of the Wild. ,,Een Italiaanse krant schreef: het Woodstock van de bergen. Mooi.” Er kwamen 3.000 mensen in drie dagen. Kijken en luisteren naar schrijvers, muzikanten, theatermakers.

(tekst gaat onder de foto verder)

cognetti-paolo-c-roberta-roberto
(foto copyright Roberta Roberto)

Volgende maand trekt Paolo Cognetti weer naar Nepal, waar hij echte rust vindt, zegt hij. Nadenken over volgende boeken, al weet hij al wat zijn volgende roman wordt. Verhalen over vrouwen die de bergen in trekken. ,,We hebben niet een traditie van bergschrijvers. Dat begrijp ik eigenlijk niet, want de Alpen zijn toch een belangrijk deel van Italië. Onze verteltradities zijn eerder stedelijk. Wellicht omdat Italië altijd een land is geweest van steden en dorpen, van stadsstaten.

En Beppe Fenoglio?
,,Fenoglio wel, inderdaad. En Primo Levi niet te vergeten. Hij kwam uit Turijn, maar hij hield erg van de bergen. Ik put meer inspiratie uit de Amerikaanse traditie van de  grote landschappen. Hemingway, Jack London, Mark Twain.”
En Faulkner. ,,Ik ben blij dat je vindt dat ik Val d’Aosta de literatuur in heb geschreven. Ik zie dat als een van de grotere taken van de literatuur: de plek een plek geven. De Mississippi van Faulkner. Het idee een hele streek op te bouwen. Denk ook aan Sherwood Anderson. Het zuiden van de VS, kleine gemeenten, kleine werelden. We kennen ze door deze schrijvers.”

De titel De acht bergen is een directe verwijzing naar een boeddhistische mandala. Die had je al toen je aan het boek begon?
,,Niet de mandala, wel de titel. Ik had een obsessie voor het cijfer 8. Een erg literair cijfer. De liggende acht. Een lemniscaat. De terugkeer van alles. Oneindigheid. Een belangrijk begrip in het boeddhisme. In onze cultuur betekent 8 minder. Ik was al begonnen en toen vond ik de mandala van de berg Sumeru. Van bovenaf zie je acht bergen met de top in het midden. Er zat een krachtige boodschap in die afbeelding.”
Voor Paolo Cognetti is dat onder andere de boodschap en bevestiging dat hij anders is dan zijn vader, en op dit punt ook anders dan Bruno. ,,Wat ik zei: voor de keuze gesteld tussen reiken naar de top of verblijven in valleien en kreken, zou mijn vader – en de vader in de roman –  voor het eerste kiezen. Ik voor het tweede. En ja, toen ik de titel had en daarna die mandala vond, wist ik dat ik op het goede spoor zat.”

Paolo Cognetti: De acht bergen
Vertaling: Yond Boeke en Patty Krone
240 blz, 19,99 euro, hardcover
De Bezige Bij

vdh97890234664131-jpg-omslag