Toen aan Alice Munro de Nobelprijs werd toegekend, viel te horen dat het de status van het kort verhaal, het genre waarin Munro uitblinkt, ten goede zou komen. Meer aandacht voor het verhaal! Veel schrijvers debuteren met verhalen, maar De Roman heeft en houdt de naam van het hoogst haalbare. Een goed signaal.
Er werd natuurlijk niet een genre bekroond, maar de individuele auteur.
Zo zou je nu kunnen zeggen dat het alleen Svetlana Aleksijevitsj is aan wie nu de Nobelprijs is toegekend. Of straalt de prijs ook af op de non-fictie, of meer specifiek zelfs de onderzoeksjournalistiek waar ze groot in is?
Hoort de onderzoeksjournalistiek bij de literatuur? Non-fictie is afgelopen decennia, qua aanpak, opgeschoven richting fictie. ‘Feiten en geschiedenissen, verteld met literaire middelen’, is een gangbare definitie geworden.
Maar als de Nobelprijsjury ook gaat kijken naar non-fictie om eventueel met de prijs te bekronen, dan komt een wel erg groot veld open te liggen. Dan komen alle grote biografie-schrijvers in aanmerking. Als dat zo is, moet de prijs dan niet (bij willekeurig) voorbeeld gaan naar Robert Allen Caro, wiens meerdelige biografie van de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson hogelijk wordt gewaardeerd?
Er is nog een ander aspect dat in ogenschouw moet worden genomen. De politiek.
De Nobelprijsjury’s mogen, zo nu en dan, graag de prijs aangrijpen om politieke signalen af te geven. Dat werkt twee kanten op. Philip Roth krijgt ‘m almaar niet omdat hij te veel en te vaak zijn eigen onderwerp zou zijn en het enige, en omdat er een zweem van seksisme om hem heen hangt. Vrouwen komen er in zijn boeken niet altijd even goed af. Dat is ook een vorm van politiek.
Een auteur kan de prijs ook krijgen vanuit politieke steun. Svetlana Aleksijevitsj is een Wit-Russische, geboren in Oekraïne. Speelde dat een rol, gezien de situatie in Europa en de onrust in Oekraïne? Wie weet. Kan. Hoeft niet.
Alfred Nobel heeft over de literatuurprijs gezegd dat die moet gaan naar ‘het meest opmerkelijke werk met een idealistische trend’.
In de strikte betekenis van deze uitspraak past de toekenning van 2015.
Maar volgend jaar graag weer een fictieauteur. Niet in  de laatste plaats omdat het ook de jury van de Nobelprijs niet kan ontgaan dat in deze tijd machtige, grote oeuvres worden geschreven waarin de verbeelding ten volle wordt aangesproken en uitgebuit.